Borstsparende operatie of borstamputatie
Wanneer je een borstsparende operatie of tumorectomie moet ondergaan, wordt je borst niet volledig weggenomen, maar enkel de tumor met een deel van het gezond weefsel errond. Toch kan dit tussen 10 en 40% van de borst omvatten. Bij een borstamputatie of mastectomie zal de borst volledig worden weggenomen. Samen met de arts wordt beslist welke ingreep je zal ondergaan. Verschillende factoren hebben een invloed op de beslissing: de grootte van de tumor ten opzichte van de borstgrootte, de eventuele aanwezigheid van meerdere tumoren in de borst, erfelijke aanleg, eerdere behandelingen en jouw conditie.
Tijdens de operatie worden 1 of 2 drains (dunne flexibele buisjes) geplaatst om het wondvocht uit de wonde weg te zuigen. Elke drain is verbonden met een plastiek vacuüm fles en blijft naargelang de ingreep één of meerdere dagen ter plaatse. Dit is afhankelijk van de hoeveelheid en het aspect van het vocht dat dagelijks afvloeit.
Het infuus dat voor de aanvang van de ingreep wordt geplaatst, zal meestal de ochtend na de ingreep verwijderd worden op voorwaarde dat je zonder problemen hebt kunnen ontbijten en geen gevolgen ondervindt van de narcose. De duur van de hospitalisatie hangt af van de tijd dat de drains ter plaatse moeten blijven. In samenspraak met de arts kun je mogelijk het ziekenhuis verlaten met nog een drainage ter plaatse.
De symmetrie tussen beide borsten kan na een borstsparende ingreep aangetast zijn, soms zeer miniem, maar soms ook heel zichtbaar. Is het verschil te groot, dan kan een correctie met een uitwendige deelprothese wenselijk zijn. De verpleegkundig consulent borstzorg geeft je daarover meer informatie. Je draagt de eerste dagen na de ingreep best een postoperatieve beha volgens het advies van je behandelende arts.
Bij een borstamputatie zal de verpleegkundig consulent borstzorg in overleg met jou een bandagiste uit de regio contacteren die je tijdens je verblijf een voorlopige uitwendige borstprothese komt bezorgen. Tijdens je opname zal zij je hierover informeren, ook over aangepaste lingerie. Het litteken zelf - zowel bij een borstsparende operatie als bij een amputatie - is voorzien van een laagje doorzichtige lijm (Dermabond) dat langzaam zal loskomen. Na 2 tot 3 weken mag je dit verwijderen. Je moet de wonde niet afdekken en je kunt hiermee douchen. Je hebt thuis geen verdere verzorging nodig. Bij problemen of vragen kun je steeds je behandelend arts of verpleegkundig consulent contacteren.
Complicaties
- De meest voorkomende complicatie die kan optreden na een borstoperatie is zwelling ter hoogte van de operatiezone, onder het litteken of in de okselregio. Die zwelling onder de huid (seroom) ontstaat door ophoping van steriel wondvocht, al dan niet in combinatie met bloed. De kans dat dit zal optreden is groter na een volledige borstamputatie of volledige okselklieruitruiming en minder na een borstsparende ingreep of enkel sentinelklierprocedure.
Meestal is de zwelling niet pijnlijk, tenzij de druk op de wonde is toegenomen. De aanpak van elk seroom varieert volgens de uitgebreidheid van de zwelling en de last die je ervaart. Wanneer de zwelling relatief beperkt blijft, verdwijnt ze meestal ook spontaan. Als een meer uitgebreide zwelling optreedt die de wondgenezing bedreigt en/of je hindert, voeren we een naaldpunctie uit. De punctie is eenvoudig uit te voeren door jouw arts en is meestal weinig of niet pijnlijk. Soms moeten deze puncties een aantal keren herhaald worden. - Een tweede voorkomende complicatie is infectie. Dit merk je door roodheid en pijn en kan ontstaan enkele dagen na de ingreep, maar evengoed na weken of zelfs maanden. Als je koorts hebt (38°C of meer), moet je je arts verwittigen voor een dringende consultatie of moet je naar de spoedgevallendienst komen.
Harpoenmarkage
Een borstletsel dat borstsparend verwijderd moet worden, is voor de chirurg niet steeds voelbaar, waardoor de plaats van het letsel vóór de operatie door de radioloog aangeduid moet worden. Dit noemen we een harpoenmarkage. Hierbij zal de plaatsaanduiding echografisch en/of mammografisch gebeuren. De ochtend van de ingreep word je naar de dienst medische & moleculaire beeldvorming gebracht waar de radioloog via een dunne naald in je borst een draad met een haakje (harpoen) tot aan het letsel zal inbrengen. De naald wordt vervolgens verwijderd en het harpoentje blijft ter plaatse. Vaak wordt er ook een kruisje op de borst gezet als extra lokalisatiepunt.
Magseed
Soms plaatsen we vooraf in de plaats van een harpoenmarkage bij een borstsparende ingreep een magnetisch zaadje in de borsttumor om de plaats te bepalen. Dit kan van een dag op voorhand tot enkele weken vooraf geplaatst worden.
Verwijderen van de okselklieren of sentinelklier
Een borstoperatie gaat meestal gepaard met de wegname van 1 of meerdere lymfeklieren in de oksel. We doen dit omdat kwaadaardige cellen zich kunnen verspreiden via de lymfevaten. In het okselvet bevinden zich 10 tot 30 lymfeklieren die meestal niet zichtbaar zijn. Bij een volledige uitruiming van de oksel wordt het okselvet met alle klieren erin verwijderd. Het verwijderen van alle klieren zorgt er wel voor dat de beweging van de schouder stroever is en dat er vochtophoping (lymfoedeem) in de arm kan ontstaan.
Veelal wordt tegenwoordig het principe van de schildwachtklier toegepast, ook “sentinelklierprocedure” genoemd. Hierbij wordt slechts de eerste lymfeklier waarnaar de borst draineert weggenomen. Wanneer deze eerste klier niet is aangetast, mag men ervan uitgaan dat de volgende klieren ook geen kwaadaardige tumorcellen bevatten, waardoor we niet nodeloos alle klieren moeten verwijderen. Om deze klier te vinden, wordt op de dag van de operatie (of soms de avond ervoor) een kleine hoeveelheid radioactieve stof ingespoten in de borst. Deze stof gaat zich via de lymfebanen een weg zoeken naar de eerste klier. Na een tijdsduur van ongeveer 2 uur kunnen we deze klier lokaliseren door middel van een scan. De hoeveelheid radioactieve stof die gebruikt wordt is beperkt, maar je moet het contact met zwangere vrouwen en kinderen deze dag vermijden.
Het resultaat van deze sentinelklier en eventueel noodzakelijke verdere behandeling wordt de week na de ingreep besproken op het multidisciplinair overleg (met meerdere artsen van de borstkliniek). Jouw huisarts wordt ook voor dit overleg uitgenodigd. Na deze vergadering brengen we je telefonisch op de hoogte en plannen we een afspraak met een medisch oncoloog die de verdere behandeling met jou zal bespreken.
Lymfoedeem
Na een operatie met sentinelklierprocedure of okselklieruitruiming zal het in het begin lastig zijn om je arm en schouder normaal te bewegen. Ten gevolge van de ingreep is er een onderbreking van de huidzenuwen, wat kan leiden tot een slapend en tintelend gevoel in de oksel en aan de binnenzijde van de bovenarm. De klachten kunnen intenser zijn wanneer er meerdere klieren zijn weggenomen. Dit gevoel verdwijnt meestal na enkele weken, maar sommige patiënten behouden soms (on)gevoelige plekken op de huid van hun arm.
Armoefeningen kunnen het herstel van de beweeglijkheid bevorderen. Oefeningen activeren het spierpompmechanisme en zullen dus meehelpen om een goede circulatie in je arm te verkrijgen. In ons ziekenhuis starten we daarom daags na de ingreep met oefeningen. Dit brengt de wondgenezing niet in het gedrang. De kinesitherapeut leert je oefeningen aan om je gewrichts- en bewegingsgevoel op een eenvoudige manier zelf terug te vinden door middel van eenvoudige basisbewegingen.
Na het wegnemen van de sentinelklier herstellen de meeste patiënten zeer snel. Er zijn geen specifieke aandachtspunten en er is in principe geen kinesitherapie nodig tenzij je arts dit voorschrijft in het kader van mobilisatieoefeningen.
Bij het deels of volledig wegnemen van de okselklieren kan de normale afvoer van lymfevocht verstoord zijn. Als de afvoer grotendeels tot stilstand komt - al dan niet waarneembaar - zal de arm beginnen zwellen. We spreken dan van lymfoedeem. De voornaamste behandeling van lymfoedeem is manuele lymfedrainage (MLD), een soort van zachte massage door de kinesitherapeut. Het ziekenfonds neemt een deel van de kosten ten laste. Je moet na je verblijf in het ziekenhuis ook thuis nog de kinesitherapie verderzetten bij een kinesitherapeut die ervaring heeft in de manuele lymfedrainage. De verpleegkundig consulent borstzorg zal je hierover informeren.
Preventieve adviezen om het risico op lymfoedeem te beperken
Dit moet je na een volledige okseluitruiming absoluut vermijden langs de geopereerde arm(en):
- bloeddrukmeting
- bloedafname
- inspuiting
- plaatsen van een infuus
- grote temperatuurverschillen, zowel te warm (zonnebaden, sauna) als te koud
- grote of langdurige inspanningen bv. uren strijken
Bij letsel moet je onmiddellijk ontsmetten, bv.
- prikken aan rozen, cactussen ...
- insectenbeten (bijen, wespen, muggen)
- krabletsels van huisdieren
Wat je preventief kunt doen om lymfoedeem zoveel mogelijk te voorkomen
- je huid dagelijks insmeren met een hydraterende crème
- in de keuken ovenwanten gebruiken: zowel voor warm (oven), als voor koud (diepvries)
- tuinhandschoenen dragen bij het tuinieren
- je handtas of alles wat zwaar weegt langs de niet-geopereerde zijde dragen
- elke verwonding steeds onmiddellijk ontsmetten
- het bandje van je beha niet te strak aanspannen
Patiënten met lymfoedeem lopen een groter risico op het ontwikkelen van wondroos. Door de verminderde capaciteit van het lymfesysteem kan de kleinste verwonding voldoende zijn om bacteriën te laten binnendringen en een infectie te veroorzaken. Raadpleeg daarom steeds onmiddellijk een arts als je arm rood wordt, warm aanvoelt of je mogelijk koorts hebt. Als het om een infectie gaat, zul je zo snel mogelijk behandeld worden met antibiotica.