Wat is hydrocefalie?
Onze hersenen zijn omgeven door hersenvocht (liquor). De hoeveelheid vocht bedraagt 150ml. Liquor wordt geproduceerd in de hersenkamers (ventrikels). De totale productie per dag bedraagt zo’n 450 ml. Dit wil zeggen dat het hersenvocht drie keer per dag volledig wordt vervangen. Het verdwijnt via de bloedvaten die de hersenen omringen. De hersenen zijn verdeeld in 2 helften (hemisferen). Elke helft bevat een zijventrikel waar het vocht geproduceerd wordt. Vanuit deze ventrikels vloeit het vocht naar de derde ventrikel waar het via een kanaaltje (aquaductus) uiteindelijk in de vierde ventrikel terechtkomt. Van hieruit wordt het verdeeld rond de hersenen en het ruggenmerg, tot helemaal onderaan in de rug. Doordat het hersenvocht in de bloedbaan wordt opgenomen (resorptie), blijft er een constante druk in de hersenen. Wanneer er een stoornis is in de afvloei van het vocht (bv. door obstructie van de aquaductus) of een stoornis in de resorptie, ontstaat er een overdruk en zullen de ventrikels uitzetten. In dat geval is er sprake van hydrocefalie.
Symptomen van overdruk zijn braken, misselijkheid en sufheid. Eventueel ook zichtstoornissen. Wanneer er geen overdruk is, maar de ventrikels wel uitgezet zijn, spreekt men van normale druk hydrocefalie. Symptomen hiervan zijn gangstoornissen, incontinentie voor urine, geheugenstoornissen en verwardheid.
Chirurgische behandeling
De neurochirurg zal het teveel aan hersenvocht laten afvloeien door een drainagesysteem te plaatsen. Dit noemen we een shunt. Een shunt is eigenlijk een soepel siliconenrubber slangetje. Er wordt onderscheid gemaakt in drie soorten shunts, afhankelijk van de plaats. Soms is het nodig dat de openingsdruk van de shunt wordt bijgesteld via een elektromagneet.
- Ventriculo-peritoneale shunt: deze shunt vertrekt vanuit de hersenkamer en wordt in verbinding gebracht met de buikholte (peritoneum). In de shunt zijn klepjes voorzien. Deze klepjes laten het vocht pas door als de normale druk in de hersenen overschreden wordt. Zo kan er niet teveel vocht aflopen. In de buikholte wordt het vocht geresorbeerd.
- Ventriculo-atriale shunt: dit is eenzelfde systeem, maar het vocht wordt nu geresorbeerd in de voorkamer (atrium) van het hart.
- Lumbo-peritoneale shunt: het ruggenmerg is omgeven door hersenvliezen waartussen het liquor zit. De neurochirurg zal een drain plaatsen die vertrekt vanuit de ruimte tussen 2 vliezen ter hoogte van de lumbale wervels en eindigt in de buikholte.
In zeer uitzonderlijke gevallen, waarbij een hydrocefalie optreedt doordat de aquaductus vernauwd is, kan men doorheen de bodem van de derde ventrikel een gaatje prikken zodat het liquor rechtstreeks terecht komt in de ruimte rond de hersenen. Dit is een ventriculostomie. Dit kan in elk geval nooit toegepast worden bij hydrocefalie ten gevolge van resorptiestoornissen.
Voorbereiding op je opname
Het is heel belangrijk om bij je bezoek aan de arts steeds te vermelden of je al dan niet behandeld wordt met bloedverdunnende medicijnen. Enkele voorbeelden hiervan zijn Asaflow®, Plavix®, Marcoumar® en Marevan®. Omdat deze producten de bloedstolling beïnvloeden, betekenen zij een groot bloedingsgevaar tijdens en na de operatie. De arts zal met jou bespreken om de inname van deze medicatie op voorhand te stoppen. Medicatie voor diabetes (behalve insuline) moet je 48 uur voor de ingreep stoppen.
Het is ook van belang mogelijke allergieën mee te delen zodat we indien nodig preventieve maatregelen kunnen nemen. Voorbeelden zijn: latexallergie, contrastallergie, allergie voor bepaalde medicijnen of producten, kleefpleisters …
Lees hier wat je moet meebrengen en wie je moet verwittigen. Als je anti-trombosekousen hebt, breng die dan zeker ook mee.
Meestal word je opgenomen de dag vóór de operatie of de dag van de operatie ’s ochtends. Dit zal de verpleegkundige neurochirurgie bepalen aan de hand van het operatieprogramma. Kom je de dag van de operatie zelf binnen, dan moet je nuchter zijn. Nuchter wilt zeggen: niet meer eten vanaf middernacht. Drinken mag tot 2 uur voor de opname. Meer info over nuchter zijn vind je hier.
Opname
Je gaat naar de dienst opname en wordt begeleid naar de afdeling. De afdelingsverantwoordelijke voor de opname zal je een kamer toewijzen. Het toewijzen van een eenpersoonskamer verloopt naargelang de beschikbaarheid en wordt geregeld vanuit de opnamedienst. Als je nog geen pre-operatieve onderzoeken hebt laten uitvoeren, moet dit wel gebeuren als je ouder bent dan 65 jaar, of op voorschrift van de arts. Aan de hand van een vragenlijst wordt de anamnese afgenomen en je krijgt ook een vragenlijst die je moet invullen en tekenen voor de anesthesist (slaapdokter). Verder zal men je ook anti-trombosekousen aanmeten om tijdens en na de operatie bloedstolling in de aders te voorkomen. Als je zo'n kousen al hebt, breng ze dan zeker mee.
Een verpleegkundige zal de operatiestreek scheren om infectie te voorkomen. Je krijgt een klein lavement. Op voorschrift van de arts kan het zijn dat er nog een foto van de longen genomen wordt. Als het om een lumbo-peritoneale shunt gaat, worden de haren de avond voor de operatie gewassen met een ontsmettende shampoo om het wegscheren van de haren zoveel mogelijk te beperken.
Verloop van de operatie
Voor de operatie
's Ochtends zal een verpleegkundige je opnieuw een haarwassing met ontsmettende shampoo geven. Vlak voor je naar de operatiezaal vertrekt, krijg je een operatiehemd om. Kunstgebit, contactlenzen, juwelen en piercings moet je verwijderen. Je houdt je slip aan. Als je geplast hebt, worden de anti-trombosekousen aangedaan en word je met je bed naar de operatiezaal gereden. Vanaf dit tijdstip ben je minimum 4 uur van de afdeling.
De operatie
De operatie gebeurt onder algemene verdoving op een speciale operatietafel. De anesthesist zal in je arm een infuus prikken en je in slaap brengen. Als je slaapt, plaatst hij een slangetje in je keel waarlangs de ademhaling tijdens de ingreep overgenomen wordt door een machine. Je bent ook heel de tijd in verbinding met een hartmonitor. Dan zal de neurochirurg de shunt plaatsen. Tijdens de ingreep krijg je ook antibiotica toegediend. Dit is preventief omdat er lichaamsvreemd materiaal ingebracht wordt. Als de operatie voorbij is, word je terug in bed gelegd en naar de ontwaakzaal gebracht. Pas als je goed wakker bent en geen pijn hebt, kun je terug naar de kamer. De anesthesist beslist hierover.
Na de operatie
Als je terug op de kamer bent, is het belangrijk dat je in bed blijft. De verpleegkundige komt regelmatig langs om infuus, verband, pijn en bloeddruk te controleren. Via het infuus krijg je vocht en ook pijnstilling. Het is niet de bedoeling onnodig pijn te lijden. Meld dit aan de verpleegkundige die je op advies van de artsen de nodige pijnstilling zal geven. Na de ingreep heb je een verband om het hoofd. Dit moet 24u ter plaatse blijven. Bij een peritoneale drain heb je ook een verband op de buik. Plassen gebeurt in een urinaal of op de bedpan. Na de operatie mag je eten en drinken, tenzij dit door de anesthesist anders wordt voorgeschreven.
Herstel
Als je goed eet en drinkt, kan misschien de eerste dag al het infuus verwijderd worden. De eerste maal kom je onder begeleiding van de verpleegkundige uit bed. De haren worden opnieuw gewassen met ontsmettende shampoo en de wonde wordt ontsmet. Op het hoofd moet nu geen verband meer. De buikwonde wordt ontsmet en krijgt nog wel een nieuw verband.
De arts komt langs op de kamer en zal je algemene toestand bekijken. Hij zal ook de klachten die je voor de ingreep had evalueren. Als je vragen hebt, kun je die altijd stellen. De tweede dag na de operatie krijg je nog eens een haarwassing met ontsmettende shampoo. Als er geen bloedkorstjes meer te zien zijn, is dit de laatste keer. De wonde zelf wordt wel nog dagelijks ontsmet. Na advies van de arts komt de kinesitherapeut dagelijks langs om je gangfunctie te evalueren en je eventueel te begeleiden de volgende dagen. Enkele dagen na de operatie kan de arts beslissen om nog eventuele onderzoeken ter controle te doen. Een röntgenfoto om het verloop van de shunt te controleren of een CT-scan om te zien of er nog overdruk is in de hersenen. De arts beslist wanneer je naar huis kan.
De arts zal de nodige attesten invullen, medicatie voorschrijven en een brief aan de huisarts richten.
Opvolging thuis
- Vermijd in het begin extreme koude of hitte aan het hoofd.
- De haren kunnen thuis gewassen worden met een milde shampoo. Over de buikwonde kan een plastiekverband aangebracht worden waarmee je kan douchen. Maar hou het hoofd niet langer onder de douche dan nodig is om de haren te wassen.
- Hechtingen moeten meestal niet verwijderd worden, de draad die gebruikt wordt, verdwijnt vanzelf. De verpleegkundige zal je bij ontslag hierover duidelijke instructies geven.
- Bij problemen met de wonde/ medicatie is een controle bij de huisarts aangewezen, hij/zij kan dan je medicatie nakijken en indien nodig aanpassen.
- Eventuele werkhervatting wordt bekeken als je terug op consultatie komt.
- Na 6 à 7 weken word je op de consultatie verwacht. Als je van ons geen afspraak hebt meegekregen, maak ze dan zo snel mogelijk zelf (via het secretariaat: 03/760.21.72 optie 1 of www.mynexuzhealth.com).
Mogelijke complicaties
Bij elke ingreep bestaat er een risico op mogelijke problemen. De arts heeft deze met jou al besproken. Als je nog andere vragen hierover hebt, stel ze dan gerust aan je arts.
Infectie
Infectie van de wonde is mogelijk. Het kan gebeuren in de vroege postoperatieve fase door het meevoeren van bacteriën vanaf de huid in de diepte. Vandaar het belang van de preoperatieve haarwassing. Wanneer de wonde ontstoken is, kan deze buikvliesontsteking en/of hersenvliesontsteking veroorzaken. Meestal wordt dan het geïnfecteerde stuk van de shunt verwijderd en een antibioticakuur gestart.
Verstopping
Wanneer de symptomen van hydrocefalie terug optreden, bv. sufheid, wordt in de eerste plaats aan verstopping van de shunt gedacht waardoor het vocht niet meer kan afvloeien. De arts zal de nodige onderzoeken laten uitvoeren en vervolgens de shunt herstellen. Andere mogelijkheden die kunnen leiden tot stoornissen in de afvloei zijn het afknikken en het ontkoppelen van de shunt.
Heb je nog vragen? Stel ze gerust aan de arts of aan de verpleging.