Wat is een lumbale punctie?
Bij een lumbale punctie wordt door middel van een prik in de onderrug hersenvocht afgenomen. Dat vocht bevindt zich rondom de hersenen en het ruggenmerg. Het hersenvocht (ook liquor genoemd) wordt in het labo onderzocht om afwijkingen aan de hersenen, ruggenmerg, zenuwwortels en hersenvliezen op te sporen. Met een lumbale punctie willen we door onderzoek van de samenstelling en de druk van het vocht bijkomende informatie bekomen over aandoeningen van het zenuwstelsel.
Voorbereiding
Op de dag dat de punctie plaatsvindt, kom je op het afgesproken uur naar het ziekenhuis en word je opgenomen op de afdeling neurologie of op het
dagziekenhuis. Bij de opname in het ziekenhuis breng je administratieve gegevens mee zoals identiteitskaart, telefoonnummer van een contactpersoon, naam van de huisarts, medische documenten en een overzichtslijst van de thuismedicatie.
Of je al dan niet nuchter naar het ziekenhuis moet komen, wordt vooraf met de arts besproken.
Je draagt best gemakkelijke en losse kleding zodat de prikplaats zichtbaar kan gemaakt worden. Als het nodig is, kun je een operatiehemdje aantrekken.
Eventueel wordt er eerst bloed geprikt. Dit gebeurt op de afdeling of op de consultatie neurologie. Wanneer de arts beslist om een lumbale punctie
uit te voeren op de consultatie neurologie zal je worden getransporteerd met bed. Afhankelijk van de keuze van de arts kan de lumbale punctie ook op de kamer uitgevoerd worden.
Werkwijze
De neuroloog voert de lumbale punctie uit en wordt geassisteerd door een ervaren verpleegkundige. Je wordt bij voorkeur gepositioneerd in een zittende houding met een ontspannen bolle ‘kattenrug’ op de rand van het bed met de voeten op een stoel, de armen gekruist op de buik. Een liggende houding wordt toegepast bij bepaalde specifieke testen volgens voorkeur van de arts. U ligt dan op de zijde met opgetrokken knieën en vormt een
bolle rug. De arts bepaalt de prikplaats.
Het nodige materiaal en een steriele set worden klaargelegd. De prikplaats wordt uitgebreid tot aan de heupkam ontsmet. De arts doet steriele handschoenen aan en verwittigt je wanneer de prik volgt. De prik voelt als een bloedprik in de arm. Het is van belang om zo stil mogelijk te blijven liggen of zitten. Daarna positioneert de arts de naald. Het vocht druppelt traag doorheen de dunne naald en wordt opgevangen in drie à vijf staalpotjes. Deze worden onmiddellijk naar het labo gebracht voor onderzoek. De prikplaats wordt nog even afgedrukt en men brengt een pleister aan.
Na het onderzoek
- We raden aan om na het onderzoek veel te drinken, bij voorkeur cafeïnehoudende dranken zoals cola. Deze dranken stimuleren namelijk de aanmaak van hersenvocht.
- De arts zal je vertellen of na de punctie al dan niet 2 tot 4 uur bedrust noodzakelijk is om postpunctie hoofdpijn te voorkomen.
- Nadien mag je rustig wat rondwandelen voordat je naar huis kunt vertrekken.
- Het is aanbevolen om niet zelf met de auto naar huis te rijden.
- In bepaalde gevallen raadt de arts aan om toch een nacht in het ziekenhuis te blijven.
- Het is van belang om thuis geen zware inspanningen te doen en niet te tillen gedurende twee dagen. De arts zal je de juiste
inlichtingen geven. - Indien nodig mag je pijnstilling innemen volgens het advies van de arts.
Mogelijke complicaties of risico's
- Post-punctiehoofdpijn is hoofdpijn die kan ontstaan na een lumbale punctie door lekkage van hersenvocht via de punctieplaats. Je ervaart een drukkend gevoel over het hele hoofd dat erger wordt bij het rechtkomen en verdwijnt bij plat liggen.
- Bij lichte hoofdpijn worden conservatieve maatregelen aanbevolen zoals rusten en cafeïnehoudende dranken drinken.
- Bij aanhoudende hoofdpijn contacteer je de behandelende arts, huisarts of ga je naar de dienst spoedgevallen.
- De anesthesist zal dan een bloedpatch uitvoeren. Dit wil zeggen dat er bloed geïnjecteerd wordt op de punctieplaats. Het bloed zal stollen en de prikplaats dichten.
- Spierpijn in de onderrug.
- Lokale pijn op de prikplaats.
- Bloeding op de punctieplaats.
- Bij acute klachten neem je best contact op met de behandelende arts, huisarts of spoedgevallendienst.