Als je de diagnose krijgt van een niersteen of uretersteen (niersteen in de urineleider) zijn er verschillende behandelingsmogelijkheden. Samen met je arts bepaal je welke het meest geschikt is voor jou.
Factoren die van invloed zijn op deze beslissing zijn onder meer:
• Jouw symptomen
• Eigenschappen van de steen
• Je medische behandeling;
• Het soort behandeling dat in jouw ziekenhuis beschikbaar is en de expertise van je arts
• Jouw persoonlijke voorkeur
Inhoud van deze pagina
Wat is een niersteen?
Een niersteen ontstaat in de nier wanneer mineralen en zouten in de urine gaan samenklitten en kristallen gaan vormen. Ze ontstaan vaak zeer klein, maar geleidelijk aan kunnen deze gaan toenemen in grootte. Niet elke steen veroorzaakt klachten en niet elke steen hoeft onmiddellijk een behandeling te krijgen. Een steen kan de nier ook verlaten en een obstructie veroorzaken in de urineleider waardoor u hevige flankpijn (nierkolieken) kan krijgen.
Waarom krijg ik nierstenen?
Nierstenen ontstaan meestal door een combinatie van factoren. Vochtinname is hierbij een belangrijke factor. Hoe minder urine er wordt aangemaakt, hoe meer geconcentreerd deze urine zal zijn en hoe sneller er kristallen gevormd zullen worden. Daarnaast kunnen andere oorzaken zoals voeding, bepaalde medicatie, overgewicht, genetische voorbeschiktheid … er ook voor zorgen dat je sneller nieuwe stenen aanmaakt. Samen met je uroloog zal bekeken worden of je tot een hoog-risico groep behoort en of je specifieke verdere uitwerking nodig hebt.
Symptomen
Een nierkoliek is de typische pijn wanneer een niersteen de afvoer van urine blokkeert. Deze pijn bevindt zich typisch in de flank, maar kan ook uitstralen naar de lies en de uitwendige genitaliën (teelbal of schaamlippen). Deze pijn gaat vaak gepaard met bewegingsdrang, misselijkheid en braken.
Als de steen net voor de blaas vastzit, kunnen daar ook plasklachten bijkomen. Het is mogelijk dat je vaker naar het toilet moet en branderigheid voelt bij het plassen. Als je ook hoge koorts ervaart, moet je dringend medische hulp zoeken via de dienst spoedgevallen.
Diagnose
Naar aanleiding van je klachten zal je op de spoed of bij ons op de urologie terecht komen. De diagnose wordt gesteld met behulp van:
- bloedafname en urinestaal
- beeldvorming
- echografie: met echografie kunnen we een uitzetting van de nier zien en de graad van obstructie inschatten
- CT-scan: met behulp van een CT-scan kan zeer nauwkeurig 99% van alle stenen in beeld worden gebracht. Hiermee kan een belangrijke inschatting worden gemaakt van de grootte, hardheid en positie van de steen.
Op basis van deze informatie zal je uroloog een persoonlijke behandeling voorstellen.
Behandeling
Niet-invasieve behandelingen
- Conservatieve behandeling
Kleine fragmenten die in de nier zitten of kleine stenen die weinig tot geen klachten veroorzaken in de urineleider kunnen conservatief worden behandeld. Hiermee wordt bedoeld dat er geen actieve behandeling wordt opgestart, maar dat wij je wel zullen opvolgen. Afhankelijk van de grootte en de positie van de steen kunnen deze ook spontaan worden uitgeplast.
- Medical expulsive therapy
Hierbij zal de uroloog je medicatie voorschrijven (pijnstilling + alfablokker zoals Tamsulosine) die de spontane evacuatie van de steen kan bevorderen. Deze medicatie zorgt ervoor dat de urineleider breder openkomt waardoor de steen vlotter kan passeren. Zolang de steen onderweg is, kun je dus wel nog pijnklachten ervaren. Het wordt ook ten sterkste aangeraden tijden deze therapie steeds in een zeefje te plassen om zo de urine te filteren en de steen op te vangen. Gelieve deze ook steeds mee te brengen naar de consultatie.
- Chemolyse
Hierbij zal de uroloog je steen proberen op te lossen. Helaas komt niet elke steen hiervoor in aanmerking. Enkel urinezuurstenen kunnen met behulp van medicatie die je urine minder zuur maakt, worden verkleind of opgelost.
- Niersteenverbrijzeling (ESWL)
Bij niersteenverbrijzeling worden geluidsgolven op de steen gericht. Hierdoor wordt de steen vergruisd. Het richten gebeurt met echografie, röntgenbeeld of beide. Meer info vind je op deze pagina.
Chirurgische steenbehandeling
Wanneer bovenstaande, niet-invasieve behandelingen bij jou niet mogelijk zijn, zal er samen beslist worden tot een operatie. Voor we deze kunnen uitvoeren, nemen we nog een urinestaal af (om infectie uit te sluiten). Daarnaast kan het zijn dat we je vragen via de huisarts nog bijkomende onderzoeken te laten uitvoeren zoals een hartonderzoek (ECG), bloedafname …
Ureterorenoscopie (URS)
Hierbij wordt onder algemene verdoving met een kleine camera via de natuurlijke weg tot in de urineleider of nier gekeken. Stenen worden met een kleine paktang of basket weggehaald. Soms moeten we de steen verkleinen of tot klein gruis vermalen met behulp van een laser.
Als de urineleider te nauw is om veilig met onze camera naar binnen te gaan, kunnen we enkel een stent plaatsen. Dit is een buisje die loopt doorheen de urineleider van de nier tot in de blaas. Zo kan uw urine vlot aflopen en zal u geen hevige koliekpijnen meer doormaken. Daarnaast zorgt deze stent ervoor dat de urineleider zich ontspant, waardoor we in tweede tijd wel vlot met onze camera tot in de nier geraken.
Bij zeer grote stenen is het eveneens soms noodzakelijk om de behandeling in meerdere procedures uit te voeren en zal tussen twee ingrepen een stent worden nagelaten.
Deze ingreep wordt zeer vaak uitgevoerd en heeft globaal weinig risico op complicaties:• Tijdens de ingreep kan de urineleider worden gekwetst. In dat geval zal een stent geplaatst worden die langer ter plaatse dient te blijven. De stent zal leiden tot een correcte wondheling.
• Na de operatie kan de urineleider gaan zwellen waardoor tijdelijk opnieuw nierkolieken kunnen voorkomen. Met pijnstilling en ontstekingsremmers komt dit steeds onder controle.
• Urinaire infectie met koorts en rillingen waarvoor antibiotica noodzakelijk zijn. Raadpleeg zo snel als mogelijk een arts. Soms is een hospitalisatie vereist.
• Bloeding of urinelek dat meestal spontaan stopt. In zeer zeldzame gevallen is een heringreep hiervoor nodig.
• Vernauwing van de urineleider. Na een URS kan een litteken optreden in de urineleider. In zeer zeldzame gevallen is hiervoor een ingreep nodig.- Percutane steenverwijdering (PCNL)
Hierbij wordt de steen behandeld door rechtstreeks doorheen de huid de steen te bereiken. Hierbij wordt een kleine insnede gemaakt van +/- 2cm in de flank en gaan we met een kleine camera via deze weg tot in de nier. Ook hier worden grote fragmenten eerst verkleind met de laser alvorens ze naar buiten te halen.
Na de ingreep kan de uroloog beslissen drainage van de nier te voorzien via een stent langs de urineleider en/of via een nefrostomie. Een nefrostomie is een klein buisje dat doorheen de huid tot in de nier loopt.
Aangezien deze ingreep meer ingrijpend is dan een URS, zijn er ook wat meer risico’s aan verbonden:
• Letsel aan de nier of naburige organen (long, lever, milt, darm) waarvoor in zeldzame gevallen een bijkomende ingreep nodig kan zijn.
• Urinaire infectie met koorts en rillingen waarvoor antibiotica noodzakelijk zijn. Soms is desgevallend een hospitalisatie vereist.
• Nabloeding met nood aan transfusie, embolisatie of een heelkundige ingreep. Een bloeding kan soms optreden enkele weken tot maanden na de ingreep.
• Blijvende lekkage van urine ter hoogte van de insteekopening.
Stent
Een stent is een buisje uit polyurethaan of silicone dat loopt van de nier tot in de blaas. Dit wordt gebruikt om de nier te draineren en kan geplaatst worden om meerdere redenen (zie hierboven).
Zolang deze stent aanwezig is, kan:
• Een beperkte hoeveelheid bloed in de urine en vage last in de flank aanwezig zijn. Je moet in dat geval goed plassen en relatieve rust nemen.
• Terugvloei van urine via de stent naar de nier tijdens het plassen optreden met last in de flank.
• Vaak moeten plassen en valse plasdrang optreden als gevolg van prikkeling van de blaas door de distale krul van de stent. Hiervoor kan eventueel een anticholinergicum gestart worden (bv. Solifenacine 5mg).
Preventie
Je uroloog zal samen met jou nagaan of het voor jou van belang kan zijn om een verdere specifieke uitwerking te ondergaan waarbij bijkomende bloedafname, urinetest en voedingsbevraging zullen worden afgenomen.
Als dit in jouw geval niet van toepassing is, kunnen onderstaande adviezen alvast helpen om de kans op nieuwe steenvorming te verkleinen:
- Een gezonde levensstijl nastreven met voldoende lichaamsbeweging.
- Een goede urineproductie van 2,5 liter water per dag onderhouden.
Tijdens warme dagen, bij een warme werkomgeving, na sporten of fysiek zwaar werk (veel zweten), moet je extra compenseren. Een simpele manier om te controleren of je voldoende drinkt is de kleur van de urine, die uiteraard zo helder mogelijk moet zijn. Je kunt je dagelijkse vochtinname een periode bijhouden. Een mogelijke tip is om je drinkfles op een goed zichtbare plaats te bewaren. - Inname van oxalaathoudende producten verminderen.
Voedingsmiddelen die aanzienlijke hoeveelheden oxaalzuur bevatten zijn rabarber, cacao, chocolade, de meeste noten, bessen, bonen, bieten, kolen, peterselie en spinazie. Bepaalde dranken zoals groene thee, koffie en allerhande frisdranken bevatten veel oxaalzuur. Als alternatieve frisdrank bevat Schweppes Agrum light het minst oxaalzuur. Allerhande suikerrijke producten zoals patisserie, snoepgoed, koekjes worden in de lever gemetaboliseerd tot oxaalzuur. - Een voldoende hoge inname van calciumrijke producten of zuivelproducten.
Calciumrijke producten complexeren met oxaalzuur in de darm en neutraliseren op die manier voor een stuk oxaalzuur. Streven naar een 2-tal eenheden calciumrijke producten per dag. Voorbeelden hiervan zijn een glas melk, een potje yoghurt of pudding, een plakje jonge kaas. (Oude kaas is minder aan te raden aangezien dit veel zout bevat.) - Dagelijkse inname van citraatrijke producten stimuleren: versgeperst fruitsap, sinaasappelen, of een citroen uit te persen in water. Kiwi, framboos en meloen bevatten ook veel citraat. Citraten maken de urine minder zuur en verhinderen kristallisatie van deeltjes.
- Zoutinname beperken.
Overmatige zoutconsumptie zal calcium in de urine duwen met een verhoogde kans op steenvorming in de urinewegen. Voorbeelden van zoutrijke producten zijn chips, olijven, nootjes. Allerhande kruiden bij het eten bevatten zout. Brood en vlees bevatten ook vaak veel zout. Voeding in blik, bereide maaltijden en soep bevatten vaak veel zout. - Beperken van dierlijke proteïnen (dagelijks geadviseerde hoeveelheid 0.8mg/kg/d max).
Dierlijke proteïnen duwen eveneens calcium in urine (cf. zoutinname) en dierlijke eiwitten worden afgebroken tot urinezuur wat de kalksteenvorming in de urine bevordert.