Elke week krijgt kinder- en jeugdpsychiatrie Tilia beestig gezelschap over de vloer. Enkele leefgroepbegeleiders brengen hun hond mee naar het werk. Leefgroepbegeleidsters Margo Houben en Katrijn Van haegenberg vertellen over hoe hun hondjes Loki en Shanti een meerwaarde zijn. “Ze hebben een positief effect op iedereen, zowel de jongeren als de collega’s.”
Misschien ben je naast Loki en Shanti ook Olaf, Uno of Maestro al tegengekomen bij Tilia. Daar ondersteunen ze in de verschillende leefgroepen. “Bij Stek, de groep met dagopnames, doen we therapiesessies met onze honden”, vertelt Margo (foto links). “We gaan ook met hen bij andere leefgroepen of patiënten langs op vraag. Het merendeel van de tijd staat Loki bij mij in De Opstap. Dat is een groep met 12 tot 18-jarigen die hier tien weken verblijven.” Katrijn en Shanti ontfermen zich over leefgroep IKO: “Dat zijn jongeren van dezelfde leeftijd die hier vijf weken verblijven”, vult ze aan.
Net als echte therapeuten hebben de honden specialisaties. “De baasjes kennen hun hond natuurlijk het best en bepalen waarbij die het best kan ondersteunen”, zegt Margo. “Elke hond heeft dus thema’s waarrond die werkt. De ene hond wordt meer ingezet om te knuffelen, de andere voor activatie. Waar we ze ook voor inzetten, de baasjes moeten er wel altijd bij zijn. We moeten erop toe kunnen zien dat bijvoorbeeld de hygiëneregels worden gerespecteerd.”
De afgelopen jaren merkten Margo, Katrijn en hun collega’s dat de honden op verschillende manieren een meerwaarde zijn, zowel voor de patiënten als voor henzelf:
"Zodra de jongeren horen dat er een hond op de dienst is,
komen ze veel meer in de leefgroep."
1. Honden helpen emoties reguleren
Voor kinderen is het belangrijk om goed met hun emoties te leren omgaan, want emotieregulatie is geen aangeboren eigenschap.
Margo: “Shanti is bijvoorbeeld een echte knuffelhond. Haar knuffelen is voor de kinderen een goede manier om hun emoties te reguleren. Ik merk trouwens dat de honden vaak onrechtstreeks of ongepland helpen. Loki heeft in het verleden al geholpen bij paniekaanvallen. Hij was er toevallig op dat moment, maar wist wel goed te zorgen voor afleiding en geruststelling.”
Katrijn: “We hebben soms jongeren die hun eigen hond missen. Onze honden kunnen die natuurlijk niet vervangen, maar ze kunnen wel helpen om beter met dat gemis om te gaan. Het kan hen deugd doen om bijvoorbeeld even te spelen met de jonge honden.”
2. Ze brengen jongeren in beweging
Margo: “We zetten de honden vaak in voor activatie. Dat kan zijn om een wandelingetje met de jongere te doen. Soms wandelen ze ook mee naar school. Als we merken dat een jongere graag iets wil doen met de honden, gaan we ermee langs of vragen we de eigenaars van de andere honden om langs te komen.”
Katrijn: “Soms verblijven hier jongeren die bijna niet van hun kamer komen. Van zodra ze horen dat er een hond op de dienst is, komen ze veel meer in de leefgroep en worden ze veel actiever.”
3. De jongeren kunnen zich eraan spiegelen
Margo: “Een hond in de buurt hebben, kan de jongeren helpen om zich te spiegelen. Als de groep bijvoorbeeld heel luid is, zeg ik soms ‘jongens, voor Loki is dit echt te luid’. Ik laat hen dan kijken naar zijn lichaamstaal. ‘Kijk, zijn staart is naar beneden. Zijn oren zijn plat. Hij vindt dit niet fijn.’ Dat helpt om de jongeren grenzen aan te laten nemen.
Soms hebben we jongeren die hun grenzen niet goed kunnen aangeven. Dan probeer ik hen terug te laten koppelen. ‘Loki zegt niets, hij blaft of grolt niet. Maar we zien wel heel veel bij hem gebeuren. Hoe is dat bij jou?’, vraag ik dan. ‘Heb jij dat ook soms dat je iets niet kan zeggen, maar dat je wel in je lijf voelt dat je het niet fijn vindt?’ Dat helpt soms wel, want een hond is heel onschuldig. Daar herkennen ze zich vaak makkelijker in dan in een mens.”
4. Ze brengen rust en sfeer in huis
Margo: “Ik merk telkens weer dat er door de aanwezigheid van Loki iets gebeurt in het proces met de jongeren. Hij kan bijvoorbeeld een drukke groep heel rustig maken. De honden helpen ook echt om verbinding te maken met de jongeren én de collega’s.”
Katrijn: “Ze zorgen voor een gezellige, huiselijke sfeer. Je merkt dat de sfeer vaak wat losser is als zij er zijn, zeker in stresssituaties. We kunnen er soms eens goed mee lachen.” (glimlacht)
Margo: “Tijdens onze algemene vergadering ligt Loki bijvoorbeeld vaak te slapen. Als hij dan begint te snurken, beginnen we allemaal te lachen. Dat is altijd supergrappig.” (lacht)
5. Ze vrolijken ook de leefgroepbegeleiders op
Katrijn: “Onze collega’s zijn er dus ook heel blij mee. De meesten vinden het superontspannend als hier een hond rondloopt.”
Margo: “We hebben al groepen gehad waarbij de collega’s er meer aan hadden dan de jongeren. (lacht) Niet elke groep is even hard van fan honden. Daar houden we natuurlijk wel rekening mee.”
Katrijn: “De dagen waarop ik Shanti mee naar het werk mag nemen, vind ik precies nog leuker. Net omdat ik merk wat voor een positief effect het heeft op iedereen, zowel de jongeren als de collega’s. Ik vind het superfijn dat ik dit mag doen, dus ook voor mij persoonlijk is het zeker een meerwaarde.”
"Wij werken heel nauw samen met de psychologen en de artsen.
Wij voelen ons hier echt één."
6. Ze helpen hun baasjes met hun job
Tot slot ondersteunen de honden via de jongeren ook hun baasjes, de leefgroepbegeleiders. Maar wat doen die leefgroepbegeleiders nu eigenlijk?
Margo: “Als leefgroepbegeleider staan wij in voor het dagdagelijkse verloop, de dagelijkse structuur en de ondersteuning van de jongeren. Dat gaat van bepalen wanneer ze opstaan en zorgen dat het eten klaarstaat tot spelletjes met hen spelen. Als de jongeren het ‘s avonds heel lastig hebben of als ze terugkomen van de therapie dan ondersteunen en begeleiden wij hen.”
Katrijn: “Dat gaat van aanbieden om met hen te praten tot afleiding zoeken en samen nieuwe activiteiten ontdekken. Sommige jongeren weten immers nog niet wat ze graag doen als ze hier toekomen. Dan gaan we dat samen ontdekken.”
Margo: “Onze psychiater verwoordt het soms heel mooi: ‘Zonder leefgroepbegeleiding zouden wij hier niets zijn. Wij hebben hen echt nodig.’ Ze staat er ook altijd op dat wij bij het teamoverleg zitten. Sterker nog: wij mogen beginnen met onze observaties te delen, en van daaruit vertrekken we. Wij werken trouwens heel nauw samen met de psychologen en de artsen. Ze vragen ons vaak om onze mening. Wij voelen ons hier echt één. Iedereen heeft elkaar ook nodig. Het voelt dus niet hiërarchisch aan. Dat vind ik heel aangenaam.”
Zin gekregen om te werken in het team van Margo en Katrijn? Tilia zoekt nog leefgroepbegeleiders. Ook zonder hond ben je welkom. ;-) Bekijk de vacatures.