In het Chirurgisch Dagziekenhuis van campus Lokeren verlopen de opnames voor kleine handingrepen sinds enkele maanden vlotter dan ooit. Wekelijks gaat er een quick unit door. “De ingrepen gebeuren onder lokale verdoving. Daardoor kan de patiënt zelf naar de ontwaakzaal, het OK en terug wandelen”, zegt verpleegkundige Stephanie Van Driessche. Deze nieuwe werkwijze levert meerdere voordelen op.
Het idee om hiermee te starten komt van dokter Zachee van de Handkliniek. “Hij vergelijkt het met een tandartsbezoek. Bij de tandarts ben je ook zo kort mogelijk en volgt de ene patiënt na de andere. Dat is efficiënter. Zo kunnen wij op één namiddag tot 15 patiënten inplannen, veel meer dan vroeger."
"Per patiënt bedraagt de doorlooptijd zo’n anderhalf uur, voor sommigen zelfs minder dan een uur. Deze manier van werken zullen we in de toekomst nog vaker zien”, weet Stephanie.
"Wij raden onze patiënten aan om thuis
nog een maaltijd te eten." - Stephanie
Niet nuchter
Momenteel worden enkel kleine handingrepen ingepland, zoals springvingers en carpale tunneloperaties. “Bijvoorbeeld voor een operatie aan je vinger hoef je niet in een bed te liggen. Dat kan perfect onder lokale verdoving. Daardoor kunnen de patiënten zelf naar de ontwaakzaal en het operatiekwartier wandelen. Dat moeten ze dus wel kunnen.”
“Vooraf wordt hen gevraagd om korte mouwen te dragen. Ze moeten het operatieschortje over hun kledij aantrekken. Daardoor hoeven ze zich niet helemaal om te kleden. Dat doen we om het hen na de ingreep makkelijker te maken. Een ander groot voordeel is dat de patiënten niet nuchter hoeven te zijn. Sterker nog: we raden hen aan om thuis nog een maaltijd te eten. Wij merken dat ze zich dan veel beter en krachtiger voelen.”
Doordat bedden niet nodig zijn in de quick unit, werden twee patiëntenkamers omgetoverd tot wachtzalen voor telkens vier personen. “In plaats van alleen in hun bed te liggen, kunnen onze patiënten nu met elkaar babbelen als ze dat willen. Dat is gezelliger”, glimlacht Stephanie.
“Doordat er geen bedden meer zijn, is het voor ons als verpleegkundigen fysiek minder zwaar. En we hebben minder bedden om te verversen.”
Vlot verlopen
Patiënt Stefaan weet al hoe het eraan toe gaat in de quick unit. Hij liet zich vorige maand opereren aan de linkerhand. “Toen hebben ze mijn springvinger en carpaal tunnelsyndroom aangepakt. Het is allemaal heel vlot verlopen”, vertelt hij. “Deze keer kom ik terug voor een carpale tunneloperatie aan mijn rechterhand.”
In een wachtzaal zit hij klaar in zijn operatieschort. “Ik heb daarnet al 20 minuutjes gewacht in de ontvangstruimte. Ik had de juiste papieren niet bij, maar desondanks hebben ze me alles rustig en met een glimlach geholpen en alles uitgelegd. Ze zijn trouwens allemaal heel vriendelijk. Zo dadelijk komen ze me halen, want ik ben de volgende. Ik heb bewust geen magazine of boek meegebracht, want ik wist dat ik niet veel tijd zou hebben om het te lezen. Zo snel gaat het vooruit.”
"Het enige dat ik de vorige keer voelde,
was een beetje geschraap." - Stefaan
Ervaringen uitwisselen
Een tiental minuten later mag Stefaan mee met de logistiek assistente naar de ontwaakzaal. Daar zet hij zich in de fauteuil naast een andere patiënt. Die is schijnbaar een beetje zenuwachtig. Stefaan stelt zijn buurman gerust door zijn ervaringen te delen.
Die interacties moedigt Stephanie actief aan: “Als ik weet dat een patiënt al langs is geweest, zeg ik vaak al lachend tegen zijn buurman: ‘Er zit al een expert naast u, dus als u nog iets moet weten dan vraagt u het maar aan hem’. Bijvoorbeeld hoe de revalidatie thuis verloopt, weten wij meestal niet. Daarom is het goed dat ze onderling ervaringen uitwisselen. Ik vind het ook leuk om onze patiënten nadien nog eens terug te zien, want ik ben er evengoed benieuwd naar.”
“De anesthesist kan elk moment mijn hand komen verdoven”, vertelt Stefaan. “Ze spuiten de verdoving op twee verschillende plaatsen in. Na een kwartiertje zou het moeten werken. Dan wandel ik mee naar het operatiekwartier, om daar op tafel te gaan liggen."
"Vorige keer had ik mee kunnen kijken terwijl ze bezig waren. Dat heb ik toch maar niet gedaan. Het enige dat ik voelde, was een beetje geschraap. Het viel dus goed mee.”
Spaghetti gesneden
“Na de operatie ben ik een spaghetti gaan eten in de cafetaria. Heel lekker, en ze boden spontaan aan om hem in stukjes te snijden. Dat waardeerde ik wel. Zo kon ik makkelijker eten met één hand. Straks ga ik trouwens opnieuw voor de spaghetti. Ik kijk er al naar uit.”
Aan het operatiekwartier scheiden onze wegen. Na de ingreep wandelt Stefaan met begeleiding terug naar het Chirurgisch Dagziekenhuis. Daar worden zijn parameters genomen, mag hij nog iets kleins eten en drinken en krijgt hij nog een korte uitleg voordat hij mag vertrekken.
Even later kom ik hem tegen in de cafetaria. “Alles is goed verlopen. En de spaghetti is al op”, zegt hij met een brede glimlach. “Het heeft me gesmaakt.”
“Nu al?”, reageer ik verbaasd. “Ik ben nog maar net aan mijn lunch begonnen.”
“Ja, het gaat echt snel”, lacht hij.
Dat kan je wel zeggen.