Soorten prothesen
Er zijn 2 soorten schouderprothesen beschikbaar:
- De anatomische prothese wordt gebruikt als de pezen rondom de humeruskop (rotator cuff) nog van goede kwaliteit zijn. Hierbij kan een steel gebruikt worden om de prothese in de humerus te verankeren, maar meestal is dit niet nodig. Hierdoor moet er minder bot opgeofferd worden.
- De omgekeerde (of reversed) prothese wordt geplaatst als naast het kraakbeen, ook het peesblad (rotator cuff) versleten is. Ze maakt het mogelijk de arm te bewegen zonder dit peesblad. Bij complexe breuken van de humeruskop waardoor de functie van de rotator cuff verloren gaat, kan deze prothese ook geplaatst worden.
De ingreep
Het plaatsen van de prothese gebeurt onder volledige verdoving. Er wordt ook een locoregionale verdoving in de hals geplaatst zodat de schouder en arm de eerste dag na de operatie minder pijnlijk zijn.
Een verblijf van 2 à 3 dagen in het ziekenhuis is meestal voldoende. De arm mag de eerste dag na de operatie al bewogen worden. Onze kinesitherapeuten leren je de oefeningen aan.
Mogelijke complicaties
Zoals bij elke operatie kan dit zijn:
• infectie: de behandeling hiervoor is antibiotica, maar soms is het nodig dat de prothese wordt verwijderd en terug wordt vervangen wanneer de infectie is verdwenen.
• nabloeding: deze stopt in de meeste gevallen spontaan.
• zenuw- en bloedvatletsels: deze zijn gelukkig genoeg zeldzaam.
Meer specifiek voor deze ingreep is:
• schouderstijfheid ("frozen shoulder" ): is soms aanwezig na een schouderoperatie en vereist meestal een intensieve behandeling (kinesitherapie en opdrijven van de thuisoefeningen, eventueel het losmaken van het kapsel via kijkoperatie); om dit te voorkomen, zijn de oefeningen vanaf de eerste dag na de operatie zeer belangrijk.