Al jarenlang zetten de vrijwilligers van de afdeling Palliatieve Zorgen in Beveren zich in om patiënten en hun naasten te begeleiden bij het levenseinde. Ondanks dat het soms zwaar kan zijn, vertellen Nancy, Chantal, Cilia, Rita, Anneke, Christ’l en Lieve even gepassioneerd als honderduit over hun engagement. “Als ik niet kan afkomen, mis ik het. Ik krijg hier zoveel energie van.”
Zodra ik de afdeling Palliatieve Zorgen in Beveren binnenwandel, hoor ik hen al van ver. “We zitten in de keuken, onze natuurlijke habitat”, lacht Rita. “Zet u, en pakt er een kommeke koffie bij.”
Meteen valt op dat de 8 vrijwilligers een hechte groep vormen. “We zien elkaar nochtans niet zo vaak”, klinkt het. “Tenzij we dezelfde shift hebben.” De ene vrijwilliger komt 2 tot 3 keer per week langs, de andere een halve dag. “En toch is het altijd heel intens als we met z’n allen samen zijn. Die band voelen we zeker. Dat komt volgens mij omdat we allemaal dezelfde sociale ingesteldheid hebben en allemaal aan dezelfde kar trekken”, vertelt Lieve. Met 16 jaar op de teller zet zij zich al het langst vrijwillig in voor palliatieve patiënten en hun families. Rita en Cilia zijn er nu 10 jaar.
Opgeladen batterijtjes
Anneke is een van de nieuwste aanwinsten. “Vlak voordat corona is begonnen, kwam ik erbij. Ik voelde me vanaf het prille begin opgenomen in de groep. Ik herinner me nog dat het me enorm verbaasde dat er zo veel wordt gelachen op een palliatieve afdeling. Dat verwacht je niet”, zegt ze tot groot jolijt van de groep. De andere dames knikken instemmend. “Ik had ook niet gedacht dat het hier zo gezellig en huiselijk zou zijn.”
Waar ze het nog over eens zijn, is dat ze telkens weer met opgeladen batterijtjes naar huis gaan. “Ik kijk er altijd naar uit om langs te komen. Als dat eens niet lukt, mis ik het”, vindt Cilia. “Dat geeft zoveel voldoening, wat wij hier doen.” “Het is enorm zinvol om een stukje bij te mogen dragen aan de laatste weg van mensen. Met de grootste zorg en respectvol afscheid nemen, is het laatste dat je voor iemand kan doen”, voegt Anneke toe.
Van aperokar tot verhalen noteren
En of ze een mooie bijdrage leveren. “Aanwezig zijn is vaak al voldoende”, klinkt het. Tegelijk maken deze vrijwilligers het verschil op zoveel manieren. Ze brengen speciaal voor de patiënt bereide maaltijden rond, verzorgen hen op aanvraag door bijvoorbeeld een bad te organiseren waar geurkaarsjes rond staan, vangen de (klein)kinderen op en verzorgen de lijktooi. “Ik vind het belangrijk om tijdens de weekends rond te rijden met de aperokar”, zegt Lieve. “Dan mogen de patiënten een drankje kiezen dat we serveren in een sierlijk wijnglas. Ik merk soms dat de familie daar wel van onder de indruk is, dat ze hier mogen apertitieven.” Daarnaast zijn de frietjes die Chantal elke woensdag bakt zeer gewild.
Anneke tekent zelfs heuse eindelevensverhalen op. “Vaak gaat het om een emotioneel testament – dingen die patiënt nog wil zeggen, maar moeilijk onder woorden kan brengen. Ik help daarmee door het op te schrijven en te bundelen in een boekje. Dat laten we drukken en geven we in een versierd doosje mee met de familie. Dat doet toch iets met hen, want ik krijg regelmatig de vraag om er een stukje uit voor te lezen op de begrafenis. Ik merkte ooit hoe krachtig het kan zijn bij een vader die al jarenlang een moeilijke relatie had met zijn zoon. Helemaal aan het einde van zijn leven, hebben ze dankzij het verhaal toch terug toenadering gezocht. Het heeft hen weer dichter bij elkaar gebracht. Zoiets mogen meemaken, is heel bijzonder.”
Surpluskes
Zonder twijfel is ‘dankbaarheid’ het woord dat het vaakst door de kamer galmt. De dames praten voortdurend over hoe dankbaar ze zijn dat ze dit mogen doen. Tegelijk worden ze op zoveel manieren en door allerlei mensen bedankt voor hun mooie werk. “Onlangs had ik een gesprek met een zoon van een patiënte die het even moeilijk had”, herinnert Cilia zich. “De week nadien bedankte hij me daar zo uitvoerig voor. Dat doet me toch wel iets.”
“De verpleegkundigen hebben trouwens een mooie bijnaam voor ons”, merkt Rita op. “Ze noemen ons ‘de surpluskes’ omdat we hier zoveel toegevoegde waarde bieden.” Haar woorden zijn nog niet koud als een logistiek assistente de keuken binnenkomt. “Het zijn allemaal diamantjes, stuk voor stuk”, geeft ze uitdrukkelijk mee.
Uiteraard glinsteren diamanten niet zonder slijpen. Deze vrijwilligers worden meer dan anderen geconfronteerd met de dood. Dat is soms toch even slikken. “Om hier te werken, moet je de knop kunnen omdraaien. Ondanks dat we dat wel hebben geleerd, nemen we soms toch weleens iets mee naar huis. Dan ga ik ’s avonds met de honden wandelen om het los te laten. Thuis kunnen we er niet zomaar over praten, want we hebben een beroepsgeheim”, vertelt Rita. “Mijne man wil het ook niet weten”, zegt een van de andere vrijwilligers, waarop enkele anderen haar bijvallen. “Maar we kunnen er wel onder elkaar of met de verpleging over praten. Dat doet deugd.”
Wil jij ook het verschil maken als vrijwilliger? Dan kan je bij ons op verschillende afdelingen terecht. Bekijk alvast de info en vacatures voor vrijwilligers.