Chemotherapie of cytostatica is een algemene behandeling met medicijnen die snelgroeiende cellen zoals kankercellen afremmen en vernietigen. Het doel van de behandeling is om eventueel resterende of circulerende kankercellen in het lichaam uit te schakelen en zo te verhinderen dat deze kankercellen uitzaaiingen zouden kunnen veroorzaken. Bij sommige patiënten wordt het risico op herval kleiner als ze na de operatie een aanvullende behandeling krijgen met chemotherapie. De therapie kan starten van zodra de operatiewonde voldoende genezen is. Meestal is dat een viertal weken na de ingreep.
Wanneer chemotherapie wordt toegediend na een curatieve operatie spreken we van een adjuvante therapie. Bij grotere tumoren kan de chemotherapie ook vóór de operatie worden gegeven. Het doel is dan om de tumor te verkleinen en hierdoor de uiteindelijke oepratie te vergemakkelijken of met de bedoeling om borstsparend te opereren. Deze behandeling noemt men neo-adjuvante chemotherapie. Bij kleinere maar agressieve tumoren kan het soms ook beter zijn eerst chemotherapie te geven om te zien of de tumor gevoelig is voor de chemotherapie. Als dit niet het geval is, kunnen we alsnog naar een ander product overschakelen.
De behandelingen gebeuren via een dagopname in het oncologisch centrum, volgens een individueel opgesteld schema wekelijks, tweewekelijks of driewekelijks. De aard van de toegediende medicatie hangt af van het type tumor en van de leeftijd. Er kan ook gebruik gemaakt worden van een combinatie van verschillende medicijnen. De duur van een behandeling varieert. Het inlopen van de medicijnen voel je niet.
Omdat sommige behandelingen belastend kunnen zijn voor het hart, is hierbij vooraf een onderzoek van het hart (echografie) nodig.
Poortkatheter
De toediening van de chemotherapie gebeurt rechtstreeks in de bloedbaan via een poortkatheter die vooraf wordt geplaatst. Dit gebeurt via een dagopname onder volledige of plaatselijke verdoving. Een poortkatheter ziet eruit als een klein driehoekig doosje dat verborgen zit onder de huid en van waaruit een fijne katheter de onderhuidse verbinding maakt met een groot bloedvat. Bij voorkeur wordt deze katheter enkele centimeters onder het sleutelbeen geplaatst. Daar vormt zich nadien een klein litteken en een lichte verhevenheid die de plaats aangeeft waar de verpleegkundige moet prikken om het infuus op de poortkatheter aan te sluiten.
Wanneer de poortkatheter geplaatst is en de verdoving uitgewerkt is, kan de plaats van de ingreep pijnlijk en hinderlijk aanvoelen. Als het nodig is, mag je de eerstvolgende dagen paracetamol innemen tot de pijn verdwenen is. De arm aan de kant van de poortkatheter moet je de eerste twee dagen rustig houden en je mag gedurende twee weken geen zware lasten tillen. Met een speciaal verband is het mogelijk om te douchen.
Bijwerkingen
De celdodende medicijnen tasten de kankercellen aan, maar werken (nog) niet voldoende selectief, waardoor ook gezonde weefsels schade kunnen ondervinden. Vooral de sneldelende cellen van het beenmerg, het bloed, het haar, het slijmvlies van de mond en het maag- darmkanaal en de voortplantingsorganen zijn gevoelig voor chemotherapie. Daarom moet je rekening houden met een aantal ongewenste bijwerkingen.
- Misselijkheid en braken
Misselijkheid en braken kunnen voorkomen maar met de huidige geneesmiddelen zijn deze nevenwerkingen goed te onderdrukken. Ook zonder dat je je ziek voelt, kan chemotherapie echter je eetlust en je smaak beïnvloeden. Het is in die periode nochtans essentieel dat je voldoende en gezond eet en drinkt. Ook een goede mondhygiëne is belangrijk. Vraag daarom tijdig advies aan je arts of aan de diëtiste. - Haarverlies
Haarverlies kan optreden vanaf twee weken na de eerste toediening van de chemotherapie. Je arts en consulent borstzorg zullen dit verder toelichten. Het haar groeit na afloop van de behandeling terug, maar de kleur of de structuur kunnen enigszins gewijzigd zijn. - Weerstand
Ongeveer acht tot tien dagen na elke toediening zien we een daling van de witte bloedcellen optreden, waardoor de weerstand van het lichaam tijdelijk vermindert. Als gevolg daarvan kunnen er sneller infecties optreden, bijvoorbeeld in de mond, ter hoogte van de longen, het maagdarmstelsel en de urinewegen. Wees steeds alert voor symptomen van infectie zoals koorts (temperatuur van 38°C of meer), rillingen, diarree, pijn bij het plassen, keelpijn, hoest, geïnfecteerde wondjes ... Raadpleeg onmiddellijk je huisarts of oncoloog als je één van deze signalen zou opmerken. Soms kan het nodig zijn om inspuitingen toe te dienen om de witte bloedcellen sneller te doen stijgen. De arts zal dit met je bespreken.
Er is geen verband tussen de ernst van de bijwerkingen en de efficiëntie van de behandeling. Er bestaan grote verschillen in individuele gevoeligheid zodat de mate van bijwerkingen moeilijk kan worden voorspeld. Laat je niet teveel beïnvloeden door de verhalen van anderen. Aarzel niet om je bijwerkingen te bespreken met je arts. Van zodra de behandeling achter de rug is, zullen de bijwerkingen ook verdwijnen. Bepaalde neveneffecten, zoals bv. vermoeidheid of neuropathie kunnen echter langere tijd aanhouden. Daarom bieden we op het einde van elke kankerbehandeling een uitgebreid revalidatieprogramma aan en hoef je het herstel na je ziekte en behandeling niet alleen op te bouwen.