Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen, ook mannen kunnen borstkanker krijgen. Borstkanker treft in België 1 op 8 vrouwen voor hun 75ste levensjaar. De voorbije jaren is een enorme vooruitgang geboekt in de vroegtijdige diagnose en behandeling van borstkanker waardoor meer en meer mensen de ziekte overleven.
Ons lichaam is opgebouwd uit miljarden cellen. Deze cellen zijn de bouwstenen van de weefsels en organen. Nieuwe cellen worden aangemaakt om te groeien en om beschadigde en verouderde cellen te vervangen. Dit proces wordt celdeling genoemd. In gezonde omstandigheden is de celdeling strikt geregeld. Bij kanker gaat de gecontroleerde celdeling echter verloren en ontstaat er een ongecontroleerde, chaotische woekering van celdelingen. De cellen blijven zich delen wat tot een gezwel of tumor leidt.
De borstklier is opgebouwd uit melkklieren die via melkbuisjes uitmonden in de tepel. Naast het klierweefsel bestaat de borst verder uit bindweefsel, vetweefsel, bloed- en lymfevaten. Het lymfesysteem bestaat uit lymfevaten en lymfeklieren. Lymfevaten transporteren lymfe, een heldere kleurloze vloeistof, ze monden uit in de lymfeklieren. In de borst leiden de meeste lymfevaten naar de okselklieren. Het lymfestelsel zorgt voor verwijdering van allerhande afvalstoffen uit ons lichaam en speelt een belangrijke rol in de bescherming tegen infecties.
Meestal ontstaat borstkanker in het melkbuisje of ductus, de zogenaamde ductale carcinomen. Dit is de meest voorkomende vorm. Soms ontstaat de tumor in de melkklier of lobulus, dan spreken we van een lobulair carcinoma. Wanneer de tumorcellen de wand van de melkklier of het melkbuisje doorbreken, spreken we over invasieve tumoren. Deze invasieve tumoren hebben de mogelijkheid om zich te verspreiden of metastaseren naar de okselklieren en naar andere organen in ons lichaam.
Wanneer borstkanker in een heel vroeg stadium wordt ontdekt, bevinden de cellen zich nog binnen de grenzen van de melkklier of buisjes. De kankercellen kunnen zich niet verspreiden naar de lymfeklieren of naar andere organen. Deze voorlopers van borstkanker worden ductaal carcinoma in situ (DCIS) of lobulair carcinoma in situ (LCIS) genoemd. Op termijn kan een ductaal carcinoma in situ zich wel ontwikkelen tot borstkanker. Het tijdstip waarop dit gebeurt, is niet voorspelbaar. Daarom geldt het advies om een ductaal carcinoma in situ toch onmiddellijk te laten verwijderen. Een LCIS is eerder een waarschuwing dat het risico op kanker verhoogd is en daarom moeten patiënten met LCIS na de diagnose van zeer nabij opgevolgd worden. Jouw behandeling hangt af van het soort LCIS dat je hebt, je persoonlijke gezondheid, medische voorgeschiedenis en je persoonlijke keuze.
De ziekte van Paget is een zeldzame vorm van borstkanker. Als symptoom treedt meestal een jeukende huiduitslag rond tepel en tepelhof op die op eczeem kan lijken. Ook vocht- of bloedverlies uit de tepel is mogelijk. De ziekte van Paget wijst meestal op een onderliggend gezwel in de borst. Er is geen duidelijke direct aanwijsbare oorzaak van borstkanker. Wel zijn er verschillende risicofactoren bekend die de kans op borstkanker in lichte mate kunnen verhogen.
Mogelijke risicofactoren zijn:
- leeftijd, ouder dan 50 jaar
- geen kinderen, of eerste zwangerschap op latere leeftijd
- geen borstvoeding gegeven
- start menstruatie op jonge leeftijd
- menopauze op latere leeftijd
- overgewicht bij postmenopauzale vrouwen
- overmatig alcoholgebruik
- langdurige inname van bepaalde vrouwelijke hormonen na de menopauze.
- familiaal voorkomen van borstkanker
- weinig lichaamsbeweging
- roken
Bij 5 tot 10% van alle borstkankerpatiënten is er sprake van een erfelijke oorzaak. Bij de helft van deze groep kan er via genetisch onderzoek een fout worden ontdekt in één van de twee gekende borstkankergenen: BRCA1 of BRCA2 of andere genen (PALB2, CHEK2 ...). Vrouwen met een fout in één van deze genen hebben een sterk verhoogd risico op het ontwikkelen van borst- en/of eierstokkanker. Deze afwijkingen kunnen zowel via de moeder als de vader overgeërfd worden. Soms toont de stamboom wel een verhoogd voorkomen van borstkanker in de familie, maar niet zo frequent als bij de erfelijke vorm. We spreken dan van familiaal voorkomen van borstkanker. Een genetisch onderzoek bestaat uit een bloedafname waarna het genetisch materiaal of DNA op fouten onderzocht wordt. Of een genetisch onderzoek voor jou wordt aanbevolen, kun je best bespreken met je behandelende arts.