Centrale katheter
Wanneer je voor je behandeling bepaalde medicatie of chemotherapie moet krijgen, kan je arts voorstellen om een katheter te plaatsen. Er bestaan verschillende vormen van katheters. Met je behandelend arts wordt besproken welke voor jou het beste aangewezen is.
Voorbereiding
Nuchter
Indien je deze ingreep ondergaat, dien je nuchter te zijn. Dit betekent dat je zes uur voor de opname mag eten en tot twee uur voor opname maximaal een half glas heldere vloeistof mag drinken.
Medicatie
Je zet de inname van jouw medicatie stop zoals afgesproken met jouw behandelend arts. Wees voornamelijk aandachtig wanneer je bloedverdunnende medicatie en/of medicatie voor diabetes inneemt. Bij twijfel kan je de achterkant van de pre-anesthesievragenlijst consulteren of neem contact op met jouw behandelend arts.
Preoperatieve documenten
Vergeet zeker niet de preanesthesievragenlijst, het informed consent en eventueel de preoperatieve onderzoeken mee te nemen naar het ziekenhuis.
Begeleiding
Indien je enige vorm van verdoving ondergaat, mag je niet alleen naar huis. Je mag ook niet actief deelnemen aan het verkeer. De eerste nacht na de ingreep of behandeling mag je bovendien niet alleen blijven. Je dient ervoor te zorgen dat tijdens de eerste nacht steeds een volwassene bij je is.
Voor een goede werking van de dienst en een optimale dienstverlening is het belangrijk dat je op tijd naar het ziekenhuis komt.
Je schrijft je in aan de inschrijvingskiosk in de inkomhal van het ziekenhuis. Vervolgens ga je naar de inschrijvingsbalie waar de administratieve kant van je opname geregeld wordt.
Je krijgt een identificatiebandje waar je naam, voornaam en geboortedatum op vermeld worden. Voor je eigen veiligheid hou je deze aan gedurende je gehele ziekenhuisverblijf.
Na de inschrijving mag je je begeven naar het dagziekenhuis waar je je aanmeldt aan de balie en verder wacht in de wachtzaal. De verpleegkundige komt je daar ophalen, begeleid je naar je kamer en zorgt voor de verdere voorbereiding.
Indien je de voorzorgen, zoals beschreven op deze pagina, niet neemt, zal je ingreep niet kunnen doorgaan. Het is dus aangewezen dat je de richtlijnen strikt volgt.
Vak
Ingreep
Poortkatheter
De plaatsing van het poortsysteem vindt doorgaans plaats onder lokale verdoving en sedatie. In de huid wordt eerst een kleine insnede gemaakt, nadien wordt de katheter in het bloedvat gebracht. De toegangspoort wordt onder de huid geschoven en vastgehecht tegen de onderliggende spier. Nadien wordt de katheter aan het reservoir bevestigd. Er is slechts een kleine verhevenheid te zien. Deze is bedoeld om het poortsysteem gemakkelijk te kunnen voelen en controleren.
Perifeer Ingebrachte Centrale Katheter (PICC)
Bij plaatsing van een PICC wordt de ader in je bovenarm opgespoord door middel van echografie. De insteekplaats wordt ontsmet en (plaatselijk) verdoofd. Dit kan een onaangenaam prikkend/brandend gevoel geven. Het aanprikken van het bloedvat zelf en opschuiven van de katheter in dit bloedvat is niet pijnlijk.
Centraal Veneuze Katheter (CVC)
Bij plaatsing van een jugularis katheter wordt de ader in je hals opgespoord door middel van echografie. De insteekplaats wordt ontsmet en (plaatselijk) verdoofd. Dit kan een onaangenaam prikkend/brandend gevoel geven. Bij het aanprikken van het bloedvat zelf en het opschuiven van de katheter voel je meestal weinig tot niets.
Nazorg
Post-operatief
Na de ingreep ontvang je een kaartje waarmee je kan aantonen dat je drager bent van een poortkatheter.
Litteken
Je hebt één of twee dunne littekens van één tot vier cm lang. Na tien dagen mag één knoopje verwijderd worden door de huisarts of in het ziekenhuis. Indien de wonde geheeld en volledig droog is, is wondverzorging niet langer noodzakelijk.
Pijn
Het is mogelijk dat je de dagen na de ingreep wat pijn hebt of een ongemakkelijk gevoel ter hoogte van de insnijding, je hals of schouder. Je mag hiervoor een pijnstiller nemen op basis van paracetamol (bijvoorbeeld: Dafalgan®, Perdolan mono® enz.).
Mobiliteit
Vermijd belasting van arm en schouder aan de kant waar de poort geplaatst is gedurende de eerste vier weken. Vermijd eveneens bruuske zware en herhaaldelijke kleine bewegingen van de arm.
Vragen
Indien de aanprikplaats rood of gezwollen is, dien je je behandelend arts te contacteren.
Bij andere vragen of onduidelijkheden ben je ook welkom op het nummer: 03 760 86 05.
In geval van dringende zorgverlening, kan je contact opnemen met de dienst Spoedgevallen op het nummer: 03 760 60 60.