Nuchter zijn
Voor de ingreep moet je kind nuchter zijn. Dit betekent dat men tot 6 uur voor de opname mag eten en drinken. Tot 4 uur voor de opname mogen kinderen borstvoeding krijgen.
Tot 2 uur voor de opname mag maximum een half glas (100 ml) heldere vloeistof gedronken worden. Een heldere vloeistof is bij voorkeur (appel)sap zonder vruchtvlees, sportdrank, water, thee of koffie zonder melk, eventueel met suiker. Koolzuurhoudende dranken (bruisende dranken) mogen niet meer gedronken worden.
Kinderdagziekenhuis
Je dient je kind eerst in te schrijven aan de inschrijvingsbalies aan de ingang van het ziekenhuis. Daarna volg je de bewegwijzering naar straat 954.
Aan het onthaal van het kinderdagziekenhuis meld je je aan bij de verpleegkundige. Hou er aub rekening mee dat broers, zussen of andere bezoekers niet toegelaten zijn in het kinderdagziekenhuis. Raadpleeg zeker ook de informatiebrochure van het kinderdagziekenhuis.
Op het juiste uur wordt je kind naar de operatiezaal gebracht. Eventuele in te vullen attesten moeten meegegeven worden naar de operatiezaal. Eén ouder kan het kind vergezellen bij het onder narcose brengen. De kinderen blazen een ballon op, waarbij de ingeademde lucht een slaapgas bevat en de verdoving intreedt. Zo brengen wij op een kindvriendelijke manier, zonder prikken of inspuitingen, je kind onder anesthesie.
Wat uitleg hierover aan het kind vooraf kan veel onrust wegnemen. Van zodra je kind slaapt, wordt er wel een infuus geplaatst in functie van de veiligheid. Het kind voelt deze prik niet meer.
Adolescenten en volwassenen worden via een infuus met medicatie onder narcose gebracht.
Na de ingreep verblijft je kind nog enige tijd op de recovery om voldoende wakker te worden om vervolgens veilig naar het kinderdagziekenhuis terug te keren. Een controle-afspraak, de gevraagde attesten en eventuele medicatievoorschriften worden vanuit de operatiezaal meegegeven naar het kinderdagziekenhuis.
Tijdens het verblijf van je kind in het kinderdagziekenhuis is de aanwezigheid van een ouder of volwassen begeleider verplicht.
Keelamandelen of tonsillen
Verloop van de ingreep
De keelamandelen zitten in de keelholte, één aan elke zijde. Wanneer deze sterk vergroot zijn of frequent ontsteken, kan dit een reden zijn om deze chirurgisch te verwijderen.
Deze ingreep kan bij kinderen in het dagziekenhuis plaatsvinden. In zeldzame gevallen is een opname wenselijk, bijvoorbeeld bij zeer jonge leeftijd van het kind (< 3 jaar) of bij anamnese verdacht voor slaapapneusyndroom (OSAS).
Deze ingreep wordt door één van de artsen van ons team uitgevoerd. Wanneer je een voorkeur hebt voor een specifieke arts, gelieve dit bij het plannen van de ingreep expliciet te vermelden.
Na de ingreep
Koorts:
De eerste en tweede dag na de ingreep is matige koorts normaal. Je mag hiervoor een koortswerend middel toedienen. Na vier dagen mag er geen duidelijke koorts meer aanwezig zijn. Is dit toch het geval? Neem dan contact op met onze dienst.
Voeding:
Het is nodig dat je kind keelbewegingen maakt (slikken en spreken) om een vlugge genezing in de hand te werken. Hoe meer men eet en drinkt, hoe sneller de pijn zal verdwijnen.
Koude (ijscrème, koude dranken,...) en zachte (spaghetti, gehakt, vis,...) voedingswaren genieten de voorkeur.
Gedurende een tiental dagen moet je kind opletten voor prikkelende of te warme voeding, harde broodkorsten, harde frieten of harde snoepjes.
Het is raadzaam om de eerste 3 dagen na de ingreep een pijnstiller te nemen 30 minuten voor de maaltijd.
Bloedverlies:
Een weinig bloedverlies (bv. een streepje bloed in het speeksel) kort na de ingreep is normaal. Ook het uitbraken van een grotere hoeveelheid donkerbruin, oud bloed kort na de operatie is mogelijk. De eerste dagen na de ingreep is zwarte stoelgang een normaal verschijnsel.
Er vormt zich een korst op de plaats waar de amandel zat. De korst is witgrijs van kleur. Na 5 tot 7 dagen verdwijnt de korst stilaan. Het loskomen van de korst kan aanleiding geven tot een nabloeding. Wanneer je kind helder rood bloed overgeeft, moet je contact opnemen met de dienst NKO of de dienst Spoedgevallen.
Pijnstilling:
Keelpijn is normaal gedurende de eerste twee weken na de ingreep. De pijn kan uitstralen naar de oren. De pijn kan ook toenemen bij het loskomen van de korst (na 5 tot 7 dagen).
Geef je kind op regelmatige tijdstippen pijnmedicatie om pijn te behandelen én te voorkomen! Gedurende de eerste 3 dagen dien je je kind een combinatie van pijnstillers (paracetamol) en ontstekingsremmers (NSAID) aan te bieden op vaste tijdstippen, ook als je kind geen pijnklachten heeft.
Vanaf de vierde dag stop je met het geven van de ontstekingsremmers en geef je, indien nodig, enkel paracetamol.
Indien de pijn op dag 5 tot 7 toeneemt mag er tijdelijk terug een combinatie van pijnstillers en ontstekingsremmers toegediend worden.
- Pijnstillers (paracetamol):
- bv. Dafalgan®, Perdolan®, ...
- 4 maal per dag (om de 6 uur)
- Er moet minimum 4 uur tussen 2 toedieningen zitten
- Ontstekingsremmers (NSAID):
- bv. Ibuprofen®, Nurofen®, ...
- 3 maal per dag (om de 8 uur)
- Er moet minimum 6 uur tussen 2 toedieningen zitten
De dosis van de pijnstilling wordt bepaald door de leeftijd en het gewicht van je kind. De verpleegkundige van het dagziekenhuis informeert je bij ontslag over de correcte dosis voor je kind. Raadpleeg bij twijfel de bijsluiter. Verspreid de toedieningen gelijkmatig over de dag. Je kind heeft op de dag van de ingreep pijnstilling gekregen in het ziekenhuis. Hou daar rekening mee voor de volgende toediening (minimum tussentijd: zie bijsluiter).
Hygiëne en activiteit:
Douchen en baden zijn toegestaan. Grote inspanningen worden best vermeden gedurende 14 dagen. Daarom is een schoolverlet van 1 à 2 weken voorzien. Indien je kind koortsvrij is, mag het, als de weersomstandigheden dit toelaten, buiten komen. Blootstelling aan hevige zon moet gedurende twee weken na de ingreep vermeden worden wegens bloedingsgevaar. Contact met zieken dient vermeden te worden.
Complicaties
Het loskomen van de korst kan aanleiding geven tot een nabloeding. Indien dit hardnekkig aanhoudt, is het een uitzonderlijke keer mogelijk dat je kind weer in slaap gebracht moet worden om de bloeding chirurgisch te stelpen. Een infectie van de wonde is mogelijk en wordt gekenmerkt door koorts meerdere dagen na de ingreep. Antibiotica kunnen dan noodzakelijk zijn.
Contacteer bij twijfel je NKO-arts of de dienst Spoedgevallen.
Nog vragen?
Heb je nog vragen? Stel ze dan zeker aan je behandelende arts.
Dienst Neus-, keel- en oorheelkunde
Campus Beveren
Oude Zandstraat 99 | 9120 Beveren | 03 760 23 23
Campus Hamme
Hospitaalstraat 24 | 9220 Hamme | 03 760 23 23
Campus Lokeren
Lepelstraat 2 | 9160 Lokeren | 09 432 17 11
Campus Sint-Gillis-Waas
Blokstraat 6 | 9170 Sint-Gillis-Waas | 03 760 23 23
Campus Sint-Niklaas
Hospitaalstraat 10 | 9100 Sint-Niklaas | 03 760 23 23
Campus Temse
Gasthuisstraat 5 | 9140 Temse | 03 760 23 23
Dienst Spoedgevallen
Hospitaalstraat 17 | 9100 Sint-Niklaas | 03 760 60 00
Neus-, keel- en oorheelkunde
Maak een afspraak
Laatste update: 15 mei 2025