Wat is lumbale discusdegeneratie?
Onze rug bestaat uit 24 wervels: zeven nekwervels, 12 borstwervels en 5 lendenwervels (ter hoogte van de lenden). Samen met het heiligbeen en het staartbeen vormen zij de wervelkolom. Een wervel bestaat uit een wervellichaam en een wervelboog. Tussen de wervels bevindt zich een tussenwervelschijf (= discus). Deze schijf bestaat uit een zachte, waterrijke en elastische kern (nucleus pulposus) en een hard omhulsel (annulus fibrosus). De tussenwervelschijf vangt schokken op en zorgt voor de beweeglijkheid van de wervelkolom.
Naarmate men ouder wordt, zal de discus uitdrogen, waardoor ook de elasticiteit verdwijnt. De ruimte tussen twee wervels wordt kleiner en er ontstaat druk op de gewrichten, soms met een afname van de beweeglijkheid als gevolg. Er ontstaat een instabiliteit die vooral rugpijn geeft bij staan en stappen en pijn in de benen. Soms ontsteekt de schijf als gevolg van slijtage. Dit veroorzaakt pijn in de rug en eventueel ook tintelingen en/of krachtsverlies in de benen.
Chirurgische behandeling
Je neurochirurg zal aan de hand van medische beeldvorming bepalen op welk niveau er een probleem is.
Door middel van een insnede in de buik kan de chirurg de wervelkolom bereiken. Hij verwijdert de zieke tussenwervelschijf en eventueel ook een aanwezige hernia. Hierna wordt geëvalueerd welk blokje (=cage) best past en tussen de wervels kan worden geplaatst. Dit gebeurt onder radiografische controle.
Als het blokje ter plaatse zit, worden de buikspieren en de huid terug gehecht. Er blijft een plastic buisje achter tot enkele dagen na de ingreep om eventueel wondvocht of bloed te verwijderen.
Voorbereiding op je opname
Het is heel belangrijk om bij je bezoek aan de arts steeds te vermelden of je al dan niet behandeld wordt met bloedverdunnende medicijnen. Enkele voorbeelden hiervan zijn Asaflow®, Plavix®, Marcoumar® en Marevan®. Omdat deze producten de bloedstolling beïnvloeden, betekenen zij een groot bloedingsgevaar tijdens en na de operatie. De arts zal met jou bespreken om de inname van deze medicatie op voorhand te stoppen. Medicatie voor diabetes (behalve insuline) moet je 48 uur voor de ingreep stoppen.
Het is ook van belang mogelijke allergieën mee te delen zodat we indien nodig preventieve maatregelen kunnen nemen. Voorbeelden zijn: latexallergie, contrastallergie, allergie voor bepaalde medicijnen of producten, kleefpleisters …
Lees hier wat je moet meebrengen en wie je moet verwittigen. Als je anti-trombosekousen hebt, breng die dan zeker ook mee.
Omdat je darmen moeten voorbereid worden op de ingreep, word je opgenomen de dag vóór de operatie om 13u. Door het drinken van een laxerende vloeistof (zoals Moviprep®) worden de darmen volledig leeg en zuiver gemaakt, dit is belangrijk voor de operatie. Tijdens en na het drinken van Moviprep® mag je niet meer eten, wel nog water of thee drinken. Vanaf middernacht moet je volledig nuchter zijn. Meer info over nuchter zijn vind je hier.
Opname
Je gaat naar de dienst opname en wordt begeleid naar de afdeling. De afdelingsverantwoordelijke zal je een kamer toewijzen. Het toewijzen van een eenpersoonskamer verloopt naargelang de beschikbaarheid en wordt geregeld vanuit de opnamedienst. Als je nog geen pre-operatieve onderzoeken hebt laten uitvoeren, moet dit wel gebeuren als je ouder bent dan 65 jaar, of op voorschrift van de arts. Aan de hand van een vragenlijst wordt de anamnese afgenomen en je krijgt ook een vragenlijst die je moet invullen en tekenen voor de anesthesist (slaapdokter). Verder zal men je ook anti-trombosekousen aanmeten om tijdens en na de operatie bloedstolling in de aders te voorkomen. Als je zo'n kousen al hebt, breng ze dan zeker mee.
Verloop van de operatie
Voor de operatie
Net voor je naar de operatiezaal vertrekt, krijg je een operatiehemd om. Kunstgebit, contactlenzen, juwelen en piercings moet je verwijderen. Je houdt je slip aan. Als je geplast hebt, worden de anti-trombosekousen aangedaan en word je met je bed naar de operatiezaal gereden. Vanaf dit tijdstip duurt het minstens 6 uur voor je terug op je kamer bent.
De operatie
De ingreep gebeurt onder algemene verdoving. De anesthesist zal in je arm een infuus prikken en je in slaap brengen. Wanneer je slaapt, plaatst hij een slangetje in je keel waarlangs de ademhaling tijdens de ingreep overgenomen wordt door een machine. Je bent ook heel de tijd in verbinding met een hartmonitor. Omdat het in functie van de operatie belangrijk is dat de urineblaas leeg is, zal een blaassonde geplaatst worden.
De neurochirurg maakt een insnede in de buik die horizontaal of verticaal kan verlopen naargelang het niveau van de operatie. Dan zal hij de tussenwervelschijf verwijderen en vervangen door het blokje dat de wervels met elkaar zal verbinden. Meestal wordt ook nog een plaatje met vier schroeven over dit blokje aangebracht dat de wervels extra stevigheid verleent.
Vooraleer de wonde te sluiten, zal de arts nog een buisje plaatsen waarlangs het wondvocht gedurende de eerste 24 uur na de ingreep kan afvloeien. Als de ingreep voorbij is, word je opnieuw in bed gelegd en naar de ontwaakzaal gebracht. Pas als je goed wakker bent en geen pijn meer hebt, kun je terug naar de kamer. De anesthesist en de neurochirurg beslissen hierover.
Na de operatie
Als je opnieuw op de kamer bent, is het belangrijk om plat op de rug te blijven liggen. Na enkele uren zal een verpleegkundige je voor de eerste keer op de zij draaien. Pas de volgende dag mag je zelf in bed draaien. Probeer steeds 'en bloc' te draaien met opgetrokken benen. Dit wil zeggen dat heup en schouder tegelijk moeten draaien zodat de wervelkolom één rechte lijn blijft. De verpleegkundige komt regelmatig langs om infuus, verband, drainagebuisje, blaassonde, pijn en bloeddruk te controleren. Via het infuus krijg je pijnstilling. Het is niet de bedoeling onnodig pijn te lijden: meld dit aan de verpleegkundige die je op advies van de artsen de nodige pijnstilling zal geven.
De eerste dag na de operatie mag je ’s morgens weer normaal eten, je blijft wel in bed. Infuus en blaassonde blijven nog behouden. Als de arts langskomt, zal hij bekijken of de drain verwijderd mag worden en of je al op de rand van het bed mag zitten. Je krijgt een prikje in de buik om een trombose te voorkomen. Deze prik krijg je verder dagelijks zolang je in het ziekenhuis verblijft. Een medicatieschema ter bevordering van je herstel wordt opgestart. Het omvat een spierontspannend middel en een ontstekingsremmer. Bij patiënten die hiervoor allergisch zijn of gekend zijn met maagproblemen, wordt dit schema gewijzigd.
Op de tweede dag na de operatie mag je uit bed. De kinesitherapeut zal je hierbij helpen. Hij/zij zal je persoonlijk begeleiden bij het stappen en het trappen lopen. Hij/zij zal ook antwoorden op al je vragen in verband met zitten, liggen en andere activiteiten. In de volgende dagen zal de kinesitherapeut met je oefenen tot je alleen trappen kan doen. Infuus en blaassonde worden nu ook verwijderd. Meestal kan je enkele dagen na de operatie naar huis.
Opvolging thuis
- Probeer steeds zo ontspannen mogelijk te bewegen. Wissel ook steeds van houding. Wissel daarom rust af met wandelen fietsen, zwemmen (na 14 dagen) en trappen lopen. Blijf nooit te lang staan of zitten in dezelfde houding. Beperk ook je nachtrust en haal je slaap desnoods in de namiddag in. Luister naar je lichaam!
- Meerijden met de wagen is geen probleem. Zelf rijden is niet aan te raden de eerste weken.
- Werkhervatting wordt besproken wanneer je op de consultatie terugkomt ter controle.
- Thuis moet je geen kinesitherapie volgen. Het volstaat om de raadgevingen van de kinesitherapeut tijdens je opname op te volgen.
- Licht huishoudelijk werk kan wel, maar tot aan de pijngrens.
- Zwaar huishoudelijk werk is verboden tot je arts hiervoor toestemming geeft.
- Fietsen is aan te raden, liefst eerst op een hometrainer en in een later stadium buiten.
- Bij pijn mag je Paracetamol tot 4x 1g/dag innemen.
- Hechtingen moeten niet verwijderd worden; de draad die gebruikt wordt, verdwijnt vanzelf. Als de wonde met nietjes werd gesloten, moeten deze na 10 dagen verwijderd worden.
- Bij problemen met de wonde/ medicatie is een controle bij de huisarts aangewezen, hij/zij kan dan je wonde/medicatie nakijken en indien nodig aanpassen.
- Na 6 à 7 weken word je op de consultatie verwacht. Als je van ons geen afspraak hebt meegekregen, maak ze dan zo snel mogelijk zelf (via het secretariaat: 03 760 21 72 optie 1 of www.mynexuzhealth.com).
Mogelijke problemen
Bij elke ingreep bestaat een risico op mogelijke problemen. De arts heeft deze met jou al besproken. Als je nog andere vragen hierover hebt, stel ze dan gerust aan je arts.
Wondproblemen
Infectie van de wonde: dit is het geval wanneer het litteken niet goed geneest of wanneer er gelig vocht uit de wonde komt. Contacteer dan steeds je arts.
Pijn in de benen
Door de ingreep en de langdurige compressie van de zenuwen, kun je soms nog pijn ervaren in de benen. Dat kan soms ernstig zijn en zelfs uitstralen tot aan de voet. Als de pijn te verdragen is, moet geen extra behandeling opgestart worden, je ontslagmedicatie volstaat dan. Deze pijn gaat meestal voorbij na enkele dagen tot weken. Als dit niet helpt, moet je de chirurg contacteren.
Heb je nog vragen? Stel ze gerust aan de arts of aan de verpleging.