Wat is instabiliteit?
Net als bij andere gewrichten, kan ook de schouder “uit de kom” geraken. Dit gebeurt meestal door een trauma. Hierbij komt de humeruskop (schouderkop) naast het glenoid (pan) te zitten. Meestal zit de humeruskop vooraan (anterieure luxatie), soms kan hij ook achteraan zitten (posterieure luxatie). Als nadien de schouder regelmatig uit de kom blijft gaan, spreken we over instabiliteit.
Wanneer de schouder wordt ontwricht, treedt dikwijls een letsel op van het labrum, dit is de aanhechting van het kapsel op het glenoid. Dit noemt men een Bankart letsel. Daarnaast kan ook een impressie van het kraakbeen van de humeruskop optreden, als gevolg van het contact met de rand van het glenoid. Dit is een Hill Sachs letsel.
Symptomen
Als de schouder volledig uit de kom gaat (luxatie), is er meestal uitgesproken pijn en de onmogelijkheid om nog te bewegen. Bij een onvolledige ontwrichting (subluxatie) wordt meestal een klik gevoeld, met een vage pijn. Soms kunnen die subluxaties vrij onopgemerkt optreden, maar ontstaat hierdoor een overbelasting van de spieren en pezen rondom (rotator cuff tendinitis).
Onderzoek
Bij een volledige ontwrichting is de diagnose meestal vrij vlot te stellen. Radiografie zal zekerheid geven. Bij chronische instabiliteit zal het klinisch onderzoek meer duidelijkheid verschaffen over de richting en de ernst ervan. Meestal is ook een CT-scan of MRI met contrast nodig om de letsels (Bankart/Hill Sachs) in het gewricht te tonen.
Therapieën
Hoewel we om te beginnen een conservatieve behandeling kunnen proberen, zal dikwijls een operatief herstel van het Bankart letsel zich opdringen. Hierbij wordt via een arthroscopische techniek het labrum gefixeerd aan het glenoid met ankers. Als het letsel uitgebreid is, of de schouder nadien intensief belast zal worden, kiezen we er meer en meer voor om een Latarjet ingreep uit te voeren. Hierbij wordt bot van het schouderblad (coracoid) los gemaakt en gefixeerd op de rand van het glenoid met schroeven.
Revalidatie
Na een arthroscopische fixatie van het Bankart letsel is een belangrijke periode van revalidatie onder begeleiding van een kinesitherapeut noodzakelijk. Eerst wordt het schoudergewricht geïmmobiliseerd in een draagverband om het labrum zo goed mogelijk te doen vastgroeien aan het glenoid. Vooral rotatie naar buiten toe is absoluut nefast in deze eerste fase. In deze periode mag je wel nu en dan de arm naast het lichaam laten hangen en passieve mobilisatie van elleboog en schouder tot 90 ° zijn toegestaan.
Na een aantal weken mag het verband uitgelaten worden en mag je - onder begeleiding van een kinesitherapeut - starten met actieve en passieve mobilisatie-oefeningen. In de eerste plaats is herwinnen van een volledige mobiliteit naar voor en boven toe essentieel. Rotatie naar buiten is nog steeds geleidelijk op te bouwen. Er wordt ook gestart met isometrische spiertonificatie van de bicepspees en andere schoudergordelspieren.
In totaal kan 6 tot 8 weken kinesitherapie nodig zijn, en gewoonlijk duurt het 3 tot 4 maanden voor je kan terugkeren naar vroegere sport –en arbeidsactiviteiten.
Na een Latarjet ingreep is een draagdoek slechts 2 tot 3 weken nodig. Er mag sneller gemobiliseerd worden met de arm omdat de schroeffixatie steviger is en niet zo gemakkelijk zal loskomen.