Door ongeval of bloedsvoorzieningsstoornis kunnen letsels van het kraakbeen ontstaan. Dit kan een gedeeltelijke dikte van het kraakbeen aantasten, of de volledige dikte tot aan het onderliggende bot. In sommige gevallen ontstaat er een loslating met een stukje van het onderliggende bot (een ‘osteochondraal’ letsel).
Afhankelijk van de grootte van het letsel, de ligging, de ernst en leeftijd van de patiënt, kunnen hier verschillende behandelingen worden uitgevoerd: debridement, ice-picking, fixatie van osteochondraal fragment, mozaïekplastie of osteochondraal transplant.
Kraakbeenprocedures
Bij sommige kraakbeenletsels, wanneer deze érg gelokaliseerd zijn, is een specifieke ingreep op dit kraakbeen mogelijk.
Bij een klein, goed omgeven letsel, is een ice picking mogelijk via arthroscopie. Hierbij worden kleine gaatjes in het onderliggende bot gemaakt, waarlangs beenmergcellen in het letsel kunnen ingroeien, die fibrocartilago in het letsel aanmaken. Dit is een soort bekleding die lijkt op littekenweefsel en kraakbeen.
Bij grotere letsels is een open procedure mogelijk, de mozaïekplastie of osteochondrale allogreffe transplant, waarbij respectievelijk verschillende kleine of 1 grote cilinder van bot en kraakbeen worden ingeplant in het letsel. Deze worden ofwel geoogst uit een ander deel van de knie, waar geen gewicht op gedragen wordt, ofwel van een overleden donor.
Na deze procedures moet je een periode voorzien waar geen volledige steun op het been is toegelaten zodat het weefsel kan ingroeien.