Wat zijn spataders of varices?
Het bloed in ons lichaam stroomt in twee soorten vaten: slagaders en aders. Slagaders zijn de bloedvaten die ons bloed van het hart naar de verschillende lichaamsdelen voeren. Ze voeren zuurstofrijk bloed aan en brengen voedingsstoffen naar onze weefsels (spieren en organen). De belangrijkste motor in deze circulatie is het hart. Aders zijn de bloedvaten die het bloed terugvoeren naar het hart. Ze brengen zuurstofarm bloed en afvalstoffen vanuit de weefsels en de organen naar het hart en de longen. Het bloed in onze benen en voeten moet via de aders terugstromen naar het hart. De belangrijkste motor in deze circulatie is de kuitspierpomp.
Door onze rechtopstaande houding vereisen de aders een extra pompmechanisme om het bloed vanuit de benen, tegen de zwaartekracht in, naar boven (naar het hart) te stuwen. Door de beweging van het been gaan de kuitspieren steeds weer opspannen en ontspannen. Tijdens het samentrekken van de kuitspier worden de spierbuiken dik en knijpen daarbij de tussen de spieren gelegen diepe venen samen. De diepe venen vernauwen daardoor en stuwen het bloed zo verder. Het bloed kan maar in één richting stromen door de aanwezigheid van kleppen. Deze terugslagkleppen vermijden dat het bloed terug naar beneden zou zakken wanneer de spieren zich gaan ontspannen. Wanneer deze kleppen onvoldoende functioneren, spreken we van veneuze insufficiëntie.
De aders in de benen worden onderverdeeld in oppervlakkige en diepe aders, onderling verbonden door verbindingsaders. 90% van ons bloed wordt via de diepe aders naar het hart gevoerd. Omdat de oppervlakkige aders slechts 10% van het bloed vervoeren, kunnen de meeste mensen deze aders perfect missen. Wanneer de kleppen in de oppervlakkige aders onvoldoende functioneren, spreken we van oppervlakkige veneuze insufficiëntie (=spataders of varices).
De oppervlakkige aders die meestal insufficiënt worden en zich omvormen tot spataders zijn de vena safena magna (die loopt over de binnenzijde van het been van de lies tot de binnenenkel) en de vena safena parva (die loopt over de kuit van de kniekuil tot de buitenenkel).
Wat zijn de risicofactoren voor spataders?
De precieze oorzaak van het ontstaan van spataders is niet gekend. Meestal gaat het om een optelsom van verschillende risicofactoren waarvan de volgende de belangrijkste zijn:
- Erfelijkheid: spataders zijn meestal erfelijk. Ze ontstaan door aangeboren zwakte van de vaatwand van de aders.
- Vrouwelijk geslacht: de vrouwelijke hormonen en de vele hormoonschommelingen (puberteit, contraceptie, menopauze) verminderen de functie van de spierlaag van de vaatwand
- Zwangerschap: zowel door de hormonale schommelingen als door belemmering van de terugstroom van het bloed uit de benen naar het hart (door de druk van de groeiende baarmoeder) ontstaan spataders gemakkelijker tijdens de zwangerschap.
Andere factoren kunnen ook een rol spelen in het ontstaan van spataders:
- Onvoldoende beweging (veel zitten, lang staan)
- Overgewicht
- Roken
- Leeftijd
- Hoge bloeddruk
- Warmte (zonnebaden, sauna, jacuzzi, warme baden, elektrische dekens)
- Voorgeschiedenis van diepe veneuze trombose (een bloedklonter in de diepe aders)
Wat zijn de klachten en hoe evolueren spataders?
In het begin zien we vaak volgende symptomen:
- Gevoel van zware benen
- Pijn in de benen
- Nachtelijke krampen
- Gezwollen enkels
- Kleine paarse haarvaatjes die zichtbaar worden
Nadien komen de echte spataders die dik en kronkelig zijn. Deze kunnen ook pijn geven.
In een later stadium, wanneer de spataders niet behandeld worden:
- Gevaar voor tromboflebitis
- Toenemende oedemen (zwellingen) van de benen en voeten
- Aantasting van de huid met bruine verkleuring, de huid wordt ook brozer
- Het ontstaan van slecht helende wonden (ulcus cruris), of ook wel open been genaamd
Wat kan ik zelf doen als ik spataders heb?
Goede leefgewoontes
- Beweeg of sport regelmatig
Regelmatig wandelen is de beste manier om de veneuze circulatie te stimuleren. Het samentrekken van de kuitspieren zorgt er voor dat het bloed in de richting van het hart wordt gestuwd. Ook fietsen, turnen, dansen en zwemmen stimuleren de circulatie. - Hou je benen zoveel mogelijk in beweging
Als je vaak lang moet rechtstaan of neerzitten (bijvoorbeeld omwille van je beroep), dan doe je er goed aan om regelmatig wat rond te stappen of cirkelvormige bewegingen te maken met je voeten. Ook tijdens lange autoritten neem je best regelmatig een pauze om wat rond te wandelen. Reis je per bus, trein of vliegtuig? Dan kan je best ook regelmatig eens wat rondstappen of steunkousen dragen. - Bestrijd overgewicht en constipatie
Een vezelrijke voeding (met veel groenten, fruit en volkoren graanproducten), een beperkte inname van verzadigde vetten (zoals in boter en rood vlees) en een goede hydratatie (minimaal 1.5 liter water per dag) maken het mogelijk deze risicofactoren tegen te gaan. - Vermijd overdreven blootstelling aan warmte
Warmte doet je aders uitzetten en is nefast voor de terugkeer van het veneuze bloed. Daarom vermijd je best overdreven blootstelling aan de zon en aan warmtebronnen zoals sauna, jacuzzi, hete baden, elektrische dekens … Koude doet je aders samentrekken en bevordert zo de terugkeer van het bloed. Een koude douche op de benen vermindert daarom ook het zwaartegevoel in de benen en de pijn.
Doe geregeld enkele oefeningen om de circulatie te bevorderen
Hoe worden spataders behandeld?
Er bestaan verschillende behandelingsmogelijkheden.Elke patiënt krijgt op de consultatie een duplex-echografie van de benen die de gepaste behandelingsstrategie zal bepalen.
De behandeling kan bestaan uit één of meerdere van de volgende mogelijkheden:
- Conservatieve behandeling: compressietherapie met aangepaste steunkousen
- Flebotrope medicijnen, bv Daflon®
- Interventionele of chirurgische behandeling:
- Sclerotherapie (=droogspuiten)
- Echogeleide foamsclerose (=schuimbehandeling)
- Klassieke behandeling: crossectomie en stripping
- Endoveneuze behandeling door middel van radiofrequentie ablatie (RFA) (=dichtbranden) of laserablatie
- Flebectomie volgens Müller
Steun- of compressiekousen
Steun- of compressiekousen hebben een drukgradiënt die het hoogste is aan de enkel en afneemt naar boven toe. Hierdoor wordt de zwaartekracht tegengegaan en de aders beter leeggepompt. Ze helpen om het bloed van de benen terug naar het hart te brengen. Afhankelijk van de oorzaak en de plaats van de spataders wordt een kniekous of een lange kous aangeraden. Ze bestaan in verschillende maten, stoffen en kleuren. Je gaat best langs bij een erkend bandagist of mutualiteitswinkel om de juiste maat te laten opmeten. Idealiter laat je je benen ‘s morgens opmeten.
Flebotrope medicijnen
Flebotrope medicijnen verlichten de symptomen zoals de zware en pijnlijke benen, het gevoel van gezwollen benen en de nachtelijke krampen. Ze verbeteren de veneuze circulatie en helpen om de vaatwand en de veneuze kleppen te beschermen en aldus verergering van de aandoening tegen te gaan. Deze medicijnen verminderen ook oedeem.
Sclerotherapie
Bij sclerotherapie spuit men met een klein naaldje een vloeistof (aethoxysclerol) in om de spatader en de fijne takjes (telangiëctasieën) te doen verdwijnen. Dat irriteert de vaatwand waardoor hij gaat ontsteken en samenkleven. Sclerotherapie wordt meestal toegepast op de consultatie.
Echogeleide foamsclerose
Bij deze behandeling wordt een oppervlakkige hoofdstamader of één of meerdere takken dichtgemaakt met schuim (foam), dat bestaat uit vloeistof (aethoxysclerol) en lucht. Dit veroorzaakt lokaal een steriele ontstekingsreactie, waardoor de bloedvatwand zal verkleven en de spatader komt dicht te zitten.
Klassieke behandeling: crossectomie en stripping
Stripping is de klassieke techniek voor het verwijderen van grote spataders. Via een kleine incisie ter hoogte van de lies of de knieholte wordt de oppervlakkige hoofdstamader (vena safena magna of parva) onderbonden ter hoogte van zijn verbinding met de diepe ader. Dit deel wordt crossectomie genoemd. In de hoofdstamader wordt dan een soort draad opgeschoven die ter hoogte van het onderbeen terug naar buiten wordt gehaald..Dan wordt de draad met de daaraan vastgeknoopte ader in zijn geheel verwijderd. Dit wordt stripping genoemd.
Radiofrequentie ablatie (RFA) of laserablatie
Bij de endoveneuze behandeling wordt door middel van radiofrequentie ablatie of laserablatie de hoofdstamader dichtgeschroeid. De ader wordt aangeprikt en er wordt een katheter ingeschoven tot aan de plaats waar de oppervlakkige ader verbonden is met de diepere ader. Dan wordt de katheter teruggetrokken terwijl hij warmte/hitte afgeeft. Als reactie zal de ader verschrompelen en worden afgesloten. Je lichaam breekt deze afgesloten ader vervolgens op natuurlijke wijze af. Het grote voordeel van deze techniek is dat er geen incisie moet gemaakt worden in de lies en dat er na de ingreep minder hematoomvorming en pijn wordt gezien.
Flebectomie volgens Müller
De spataderbehandeling volgens de Müller-methode houdt in dat kleine en middelgrote spataderen die vlak onder de huid liggen, stukje bij beetje worden verwijderd met een speciaal instrument (Müllerhaakje). Net voor de operatie worden met een stift de spataders afgetekend in staande houding. Er worden kleine sneetjes gemaakt in de huid net boven de spatader. Met een fijn haakje wordt er telkens een deel van de spatader uitgehaald. Na afloop van de ingreep worden de wondjes dichtgeplakt met steriele hechtstrips. Zo wordt de gehele spatader verwijderd. Bij deze methode worden uiterst kleine sneetjes gemaakt die resulteren in erg kleine littekens, met een optimaal esthetisch resultaat. Deze behandeling wordt vaak uitgevoerd als aanvulling op een klassieke of endoveneuze behandeling.
Praktisch verloop
We beschrijven hieronder het verloop van de opname voor een chirurgische behandeling bij de meeste patiënten. In specifieke gevallen kunnen hierop uitzonderingen voorzien worden.
Voorbereidingen
- De operatie gebeurt via het dagziekenhuis
- Algemene verdoving of rachi-anesthesie (ruggenprik om enkel de benen te verdoven) zijn mogelijk
- De dag van de ingreep moet je nuchter zijn: vanaf middernacht mag je niks meer eten of drinken
- ’s Morgens mag je met een klein slokje water je thuismedicatie nemen, behalve de medicatie die je vooraf moest stoppen zoals bepaalde bloedverdunners of diabetesmedicatie
- De avond voor de operatie moeten de benen en liezen onthaard worden
- Gebruik geen bodylotion of crème op de benen de dag van de operatie
- Breng de pre-anesthesievragenlijst die je vooraf gekregen hebt, ingevuld mee
Nazorgen
- Na de operatie wordt een compressief wattenverband aangelegd
- Vervolgens ga je naar de ontwaakzaal waar je ongeveer een uur verblijft ter observatie
- Nadien ga je terug naar de kamer waar je nog ongeveer 4 uur verblijft met de benen in hoogstand
- Voor ontslag wordt het drukverband vervangen door een steunkous tot aan de lies
- Je mag het dagziekenhuis verlaten als je goed wakker bent, iets kleins hebt kunnen eten/drinken en hebt kunnen plassen
Ontslag
- De steunkous moet je de eerste week dag en nacht dragen, tot en met de dag dat je op de eerste controleraadpleging bent geweest. Nadien nog 2 weken overdag
- Neem geen douche of bad tijdens de eerste week. Douchen kan pas zodra de klevertjes verwijderd zijn. Met het nemen van een bad kan je best nog een week langer wachten
- De hechtstrips/steristrips worden op de eerste controleraadpleging verwijderd door de arts of de verpleegkundige
- Als je een verband in de lies hebt, moet je dat op zijn plaats laten. Het kan ook zijn dat de arts het nodig acht dat deze dagelijks verzorgd wordt door de thuisverpleegkundige.
- Normale activiteiten mogen daags na de ingreep hervat worden
- Goed rondstappen na de ingreep is belangrijk
- Lang stilstaan op dezelfde plaats wordt afgeraden
- In rust breng je de benen in hoogstand
- Met intensief sporten moet je 2 weken wachten
- Autorijden mag 24u na ontslag
- Rechtstreekse blootstelling aan de zon(nebank) is te vermijden gedurende de eerste 6 maanden. Eventuele littekens moeten het eerste jaar met hoge factor zonnecrème worden beschermd
- Thuismedicatie kan je terug nemen tenzij anders vermeld door de arts
Mogelijke complicaties
Elke ingreep, hoe klein ook, heeft zijn risico’s, ook een spataderoperatie. Patiënten hebben doorgaans weinig last en eventuele klachten verdwijnen snel.
Mogelijke klachten:
- Eventueel sijpelen van wat bloed doorheen het verband stopt door plaatselijk lichte druk toe te passen (bv. met een handdoek of een compres) en het been hoger te leggen.
- Vaak ontwikkelen zich blauwe plekken in het operatiegebied. Deze verdwijnen spontaan na enkele weken. Eens de verbanden verwijderd zijn op de controleraadpleging, kan Hirudoïd® of Reparil®gel worden gesmeerd om de blauwe plekken sneller te laten wegtrekken.
- Soms kunnen harde knobbels voelbaar worden op de plaatsen waar voordien de spataders zaten. Deze kunnen gevoelig zijn. Het gaat om kleine bloeduitstortingen. Ook deze verdwijnen meestal spontaan. Zeldzaam is het nodig om ze op de controleraadpleging weg te prikken.
- Incisies in de lies of kniekuil kunnen soms moeilijker genezen dan wonden elders op het lichaam. Dit is te wijten aan de warme, vochtige omgeving onderhevig aan veel beweging. Mocht je bloed- of vochtverlies opmerken door de verbanden heen op deze plaatsen, raadpleeg dan de arts.
- De behandelde aders liggen in nauw contact met kleine huidzenuwtjes. Hierdoor kan de operatie aanleiding geven tot een licht verdoofd of branderig gevoel bij aanraking op sommige plaatsen op het been. Deze zenuwtjes herstellen spontaan maar langzaam. De voosheid kan enige tijd aanhouden maar wordt doorgaans prima verdragen.
Kunnen spataders terugkeren?
Het is mogelijk dat er, na het verwijderen van de spataders, nieuwe ontstaan. Dit is het geval bij 15% tot 47% van de patiënten. In dat geval kan je arts een duplex-echografie uitvoeren om de oorzaak van de nieuwe spataders te bepalen en je een aangepaste behandeling voorstellen. Het is belangrijk om te weten dat de chronische veneuze ziekte een evoluerende ziekte is, die almaar erger wordt indien ze niet behandeld wordt, net zoals suikerziekte of hoge bloeddruk.
Heb je nog vragen?
Je kunt steeds terecht op het secretariaat van thorax- en vaatheelkunde:
- tel 03 760 23 53
- e-mail: thoraxvaatheelkunde@vitaz.be