Wat is een TUR-prostaat?
Een TUR-prostaat of een transurethrale resectie van de prostaat is een ingreep waarbij een deel van de prostaat verwijderd wordt via de urinebuis.
Aandachtspunt
Als je bloedverdunnende medicijnen inneemt, moet je dit zeker aan je arts melden. Het gebruik hiervan moet in bepaalde gevallen minstens één week voor de ingreep gestopt worden.
Voorbeelden van dergelijke producten zijn:
- Aspirine®
- Asaflow®
- Plavix®
- Marcoumar®
- Marevan®
- Sintrom®
- Pradaxa®
- Eliquis®
- ...
Opname
Je wordt opgenomen op de verpleegafdeling heelkunde 1. Meld je op het afgesproken tijdstip aan de opnamebalie in de inkomhal van het
ziekenhuis. Een verantwoordelijke zal je naar de afdeling begeleiden. Hier word je ontvangen door een verpleegkundige die je een kamer zal toewijzen en de gang van zaken op de afdeling zal uitleggen.
Preoperatieve onderzoeken
Afhankelijk van je leeftijd en op doktersadvies moeten een aantal preoperatieve onderzoeken gebeuren. Als deze nog niet gebeurd zijn voor je in het ziekenhuis werd opgenomen, zullen we dat in het ziekenhuis doen, voor de operatie.
Meestal worden volgende onderzoeken gepland:
- een bloedafname;
- een ECG of elektrocardiogram (film van het hart);
- soms een RX Thorax (foto van de longen).
Als je de avond voor de operatie wordt opgenomen, zal de anesthesist (de arts die zorgt voor de verdoving tijdens de operatie) je een bezoek brengen op je kamer. De verdoving kan volledig of gedeeltelijk zijn. De beslissing hierover gebeurt in overleg met de anesthesist.
Voorbereiding op de operatie
Een aantal zaken moeten gebeuren als voorbereiding op je ingreep:
- Je krijgt TED-kousen. Deze kousen bevorderen de bloedsomloop voor en na de operatie en verminderen het risico op bloedklonters in de beenaders.
- Omdat je verdoving krijgt, moet je nuchter blijven vanaf middernacht. Dat betekent: niet eten, niet drinken en niet roken
- Opgenomen patiënten mogen de dag van de operatie tot 6 uur ’s morgens heldere dranken innemen.
- Patiënten die de dag van de operatie opgenomen worden mogen tot 2 uur voor de opname heldere dranken innemen.
- Vlak voor het vertrek naar de operatiekamer vragen we om
- te plassen
- juwelen, piercings, bril, lenzen, gehoorapparaat, tandprothese, enz. te verwijderen;
- een operatiehemd en TED-kousen aan te trekken;
- een pilletje te nemen met een slokje water (medicatie die een rustgevende werking heeft).
Een medewerker van de patiëntenvervoerdienst of een verpleegkundige brengt je naar de operatiekamer. Hier krijg je een infuus en met jou besproken verdoving.
De operatie
Tijdens de operatie schuift de arts (uroloog) een buis in het plaskanaal, voorzien van een camera met een lichtbron. Zo kan de uroloog de urinebuis
en de prostaat van binnen bekijken. Aan het buisje zit een metalen lus waarmee de uroloog stukje voor stukje het prostaatweefsel dat de urinebuis afsluit, elektrisch wegsnijdt.
Na de ingreep wordt de blaas grondig gespoeld en wordt via het urinekanaal een blaassonde ingebracht, waaraan een continu spoelsysteem wordt
gekoppeld. Dit wordt gedaan om bloed- en weefselresten uit te spoelen. Je gaat na de operatie naar de uitslaapkamer (recovery). Hier worden je bloeddruk, pols en bewustzijn gecontroleerd. Als alles goed gaat, mag je na toestemming van de anesthesist terug naar de afdeling. Een verpleegkundige van de afdeling komt je halen.
Terug op de kamer
Het ganse traject kan een aantal uren in beslag nemen. Afhankelijk van je toestand kun je eventueel ‘s avonds een lichte maaltijd krijgen. Als je van het
operatiekwartier op de kamer aankomt, heb je een infuusleiding in de arm waarlangs (indien nodig) pijnstillende medicatie toegediend kan worden. Je hebt ook een blaassonde met een spoelsysteem. Het is normaal dat de vloeistof die afloopt rood gekleurd is.
Het kan mogelijk zijn dat je wat pijn voelt ter hoogte van de onderbuik. Dit is het gevolg van de sonde die een prikkelend gevoel in de blaas kan geven. Dit is normaal. Als je echter voelt dat de buik opzet en je meer pijn krijgt, verwittig dan de verpleegkundige. Het kan zijn dat een bloedklontertje de afloop van de sonde belemmert. De sonde kan ook spasmen (krampen) veroorzaken, dit kan verholpen worden met medicatie die je zal krijgen op voorschrift van je arts.
Verdere verloop
- Jouw infuus wordt meestal de volgende ochtend verwijderd.
- Je mag je gebruikelijke thuismedicatie terug innemen, met uitzondering van de bloedverdunners.
- De blaassonde blijft ter plaatse gedurende een tot drie dagen, afhankelijk van je toestand. Je arts zal de opdracht geven aan de verpleegkundige om deze te verwijderen (dit doet geen pijn). Eens de sonde verwijderd is, moet je veel beginnen drinken en moet je je urine bijhouden ter controle. In het begin is het normaal dat je een beetje pijn hebt en wat bloed plast. Dit is een tijdelijk probleem en verdwijnt meestal vrij snel. Je zal van de
verpleegkundige verbandmateriaal krijgen om dit op te vangen.
Ontslag
Als je goed kunt plassen, mag je in principe na advies van de arts het ziekenhuis verlaten. Binnen de vier tot zes weken na de operatie word je bij de uroloog terug verwacht voor een controle. Je krijg bij ontslag al een datum voor een afspraak mee naar huis.
Vergeet niet: als je attesten nodig hebt voor je werk of verzekering, vraag dit dan tijdig aan je arts.
Je hebt thuis geen specifieke verpleegkundige zorg nodig.
Enkele raadgevingen voor thuis
Waaraan kun je je verwachten na de operatie?
- frequent plassen;
- donkere urine of bloederige urine;
- soms pijnlijk of branderig gevoel (bij aanhoudende klachten de arts raadplegen!);
- indien koorts (meer dan 38°), raadpleeg je arts!
- zeer zelden heb je last van urineverlies.
Wat te doen?
- overdag veel drinken (ongeveer 2 liter per dag).
Wat vermijden (gedurende vijf weken)?
- sauna’s, hete baden ...;
- zwaar heffen en tillen;
- fietsen;
- alcohol drinken;
- seksuele betrekkingen