Werd de MRSA-bacterie bij jou gevonden? Op deze pagina vind je meer info over de bacterie en de gevolgen voor jou en je familie. Vraag zeker ook steeds uitleg aan je arts of verpleegkundige of het team ziekenhuishygiëne.
Wat is MRSA?
Staphylococcus aureus is een bacterie die bij veel mensen normaal voorkomt op de huid en in de neus. Gewoonlijk veroorzaakt deze bacterie geen problemen. Alleen onder speciale omstandigheden kan een infectie ontstaan, bijvoorbeeld bij een wonde of bij verminderde weerstand. Dit soort infecties geneest in de regel vanzelf, soms is het nodig om ze te behandelen. De arts kiest dan uit verschillende soorten antibiotica.
MRSA staat voor Methicilline Resistente Staphylococcus Aureus en is een variant van de gewone Staphylococcus aureus. Deze variant veroorzaakt niet vaker en ook geen ernstigere infecties dan de gewone Staphylococcus aureus, maar is ongevoelig voor bepaalde antibibiotica en daardoor moeilijker te behandelen.
Als je enkel drager bent van de MRSA-bacterie in de neus of op de huid dan zal deze, net als bij gewone Staphylococcus aureus, weinig problemen geven. Voor gezonde personen is er dus geen gevaar. Soms komt de bacterie ook voor op andere plaatsen, zoals in een wonde, de longen, de urineblaas. In dat geval kan er een infectie ontstaan.
MRSA kan een gevaar betekenen voor mensen met een ernstig verminderde weerstand en voor mensen die recent geopereerd zijn of geopereerd zullen worden. Daarom is het belangrijk dat er maatregelen worden genomen om verspreiding in het ziekenhuis tegen te gaan.
Overdracht
De MRSA-bacterie wordt vooral overgedragen via de handen en de omgeving. Een goede handhygiëne is daarom heel belangrijk, zowel voor de zorgverleners als voor jou en je bezoekers.
bron: www.ubentingoedehanden.be
Opsporing
In het ziekenhuis wordt specifiek gezocht naar de MRSA-bacterie, dit noemen we ‘screening’. Dat kan gebeuren op het moment van je opname of tijdens jouw verblijf. Ook kan er een screening gebeuren voor bepaalde ingrepen.
Om MRSA op te sporen, wordt een staal genomen van de plaatsen waar de bacterie het meest voorkomt: de neus, de keel en de bilnaad. Dit gebeurt met een steriel wattenstaafje.
Naast de screening kan de aanwezigheid van MRSA ook aan het licht komen bij andere controles van bijvoorbeeld urine, sputum of wondvocht.
Behandeling
Als MRSA enkel wordt teruggevonden in de neus en op de huid kan een behandeling gestart worden om te voorkomen dat de bacterie zich verder over je lichaam verspreidt. Dit noemen we ‘dekolonisatie’. Een dekolonisatie bestaat uit:
- Het aanbrengen van een neuszalf.
- Het gebruiken van een ontsmettende mondspoeling
- Het wassen van het lichaam en de haren met een ontsmettende zeep.
Als je een infectie met MRSA hebt, kan je arts specifieke antibiotica voorschrijven. De laatste antibiotica die nog ingezet kunnen worden voor de behandeling van MRSA zijn echter duur, hebben verschillende nevenwerkingen en kunnen vaak niet in de vorm van een pil toegediend worden. Ze mogen bovendien maar beperkt gebruikt worden om te vermijden dat de bacterie ook hiertegen resistent zou worden.
Bijkomende maatregelen
In een ziekenhuis bevinden zich veel mensen dicht bij elkaar. Dat vergroot de kans op overdracht van bacteriën. Bovendien hebben patiënten vaak minder weerstand, waardoor zij gevoeliger zijn voor infecties. Daarom worden er in het ziekenhuis bijkomende maatregelen genomen.
- Zoals bij alle patiënten, ontsmetten zorgverleners de handen voor en na uw verzorging, voor en na een klinisch onderzoek en bij het verlaten van de kamer.
- Je wordt verzorgd in een éénpersoonskamer of in een tweepersoonskamer samen met een andere patiënt met MRSA.
- Er wordt een fiche aan de kamerdeur gehangen zodat alle zorgverleners en bezoekers weten welke maatregelen er genomen moeten worden.
- Alle zorgverleners dragen bij je verzorging of behandeling bijkomend handschoenen, een beschermende schort en een mondmasker
Persoonlijke hygiëne blijft echter belangrijk. Was je handen grondig na elk toiletbezoek, na het snuiten van de neus, vóór het bereiden en vóór het nuttigen van de maaltijd en na het sorteren van de vuile was. Ook een degelijke hoesthygiëne is belangrijk. Hou een wegwerpzakdoek voor de mond tijdens het hoesten en niezen. Dek wonden af.
Hoe kun jij helpen?
- Blijf op je kamer. Enkel voor een onderzoek of een behandeling mag je de kamer verlaten. Ontsmet je handen grondig wanneer je de kamer verlaat.
- Spoel het toilet steeds door met een gesloten deksel en laat bezoekers geen gebruik maken van het toilet op je kamer.
- Pas een goede handhygiëne toe. Dit wil zeggen dat je de handen wast en droogt minstens voor en na de maaltijd, na het gebruik van het toilet en na het snuiten van de neus.
- Gebruik dagelijks schoon ondergoed, kleding, washandjes en handdoeken. Berg gebruikte kleding, handdoeken, washandjes, enz. op in een afgesloten plastic zak, vooraleer het meegegeven wordt aan je bezoekers.
- Je persoonlijke kleding laat je thuis best wassen in de wasmachine op de hoogst mogelijke temperatuur (minstens 60°C). Droog het linnen indien mogelijk in de droogkast. Voor linnen dat enkel op 40°C gewassen mag worden: gebruik voldoende wasproduct en laat een volledig wasprogramma draaien (geen verkort programma). Gebruik de wasmachine nadien voor een kookwas.
Deze periode kan zeer ingrijpend en onaangenaam zijn. Heb je vragen of problemen, aarzel dan niet om de behandelende arts of verpleegkundige hierover aan te spreken.
Bezoek
MRSA is niet gevaarlijk voor gezonde personen, noch voor zwangere vrouwen. Normaal sociaal contact is mogelijk, maar vermijd rechtstreeks lichaamscontact (kussen, handen geven ...) met ernstig zieke of verzwakte personen. Bezoek van jonge kinderen (< 16 jaar) is niet toegelaten.
- Als je bezoek voor de eerste maal komt, moeten ze zich tot de verpleging wenden vóór het betreden van de kamer om de maatregelen te bespreken.
- Bezoekers moeten geen beschermende kleding dragen, behalve als ze deelnemen aan de verzorging of thuis instaan voor de verzorging van zieken.
- Tijdens het bezoekmoment moeten de bezoekers op de kamer blijven en maken ze geen gebruik van het toilet in de kamer.
- Als bezoekers wasgoed meenemen, wordt dit in een afgesloten zak opgeborgen.
- Bij het verlaten van de kamer wrijven ze de handen grondig in met handalcohol.
- Bezoekers gaan niet meer langs bij andere patiënten.
Ontslag
Het is mogelijk dat je ontslagen wordt terwijl in het ziekenhuis nog bijkomende maatregelen genomen werden. Deze maatregelen moet je thuis niet verder toepassen. Ze gaan immers enkel de verspreiding naar andere patiënten in het ziekenhuis tegen.
Je mag sociaal contact met familie en vrienden blijven onderhouden, maar vermijd rechtstreeks lichaamscontact (kussen, handen geven ...) met ernstig
zieke of verzwakte personen.
- Douche regelmatig
- Persoonlijke hygiëne blijft belangrijk. Was je handen grondig na elk toiletbezoek, na het snuiten van de neus, vóór het bereiden en nuttigen van de
maaltijd en na het sorteren van de vuile was. - Ook een degelijke hoesthygiëne is belangrijk. Houd een wegwerpzakdoek voor de mond tijdens het hoesten en niezen.
- Dek wonden af
Voor woonzorgcentra gelden specifieke maatregelen om de verspreiding van MRSA onder bewoners tegen te gaan. Deze maatregelen kunnen verschillend zijn van deze in het ziekenhuis, omdat in een woonzorgcentrum minder zieke mensen verblijven. Als je in contact komt met andere zorgverleners (thuisverpleegkundige, kinesitherapeut ...) meld dan dat je ooit met MRSA besmet bent geweest. Zij hebben ook contact met andere patiënten en kunnen indien nodig maatregelen nemen om verspreiding naar ander patiënten te voorkomen.
Heropname in het ziekenhuis
Als je opnieuw opgenomen wordt in het ziekenhuis, zal je opnieuw in een éénpersoonskamer verzorgd worden om overdracht naar andere patiënten
te voorkomen. Er worden nieuwe stalen genomen. Als er geen MRSA meer opgepikt wordt, worden de bijkomende maatregelen gestopt.
Heb je nog vragen over MRSA? Neem dan zeker contact op met je arts, de verpleegkundige, of iemand van het team ziekenhuishygiëne.