Jouw kind kreeg de diagnose hersenschudding en dient thuis extra opgevolgd te worden. We leggen graag even uit wat dit betekent en wat er van jou verwacht wordt.
Waarom deze extra opvolging?
Na een hersenschudding moeten de hersenen zich weer herstellen, dit kan enige tijd duren. Het is mogelijk dat je kind zich bepaalde dingen van het ongeval tijdelijk niet meer kan herinneren. Soms komt een herinnering ook niet meer terug. Andere klachten waarvan het last kan hebben, zijn:
- milde hoofdpijn
- misselijkheid en minder eetlust
- humeurig zijn
- concentratieproblemen
Deze gaan vaak vanzelf weer over. Je moet je geen zorgen maken over deze klachten, ze zouden moeten verdwijnen binnen de 2 weken. Als je toch ongerust bent, neem je best contact met de huisarts/kinderarts. Als bovenvermelde ziektetekens niet verdwenen zijn na 2 weken moet je kind opnieuw onderzocht worden door een arts.
De kans dat zich na een hersenschudding complicaties voordien, is klein. Een van de eerste tekenen van een mogelijke complicatie is dat je kind suf wordt en abnormaal gedrag zal vertonen.
Wanneer neem je best terug contact op?
Je moet onmiddellijk contact opnemen met de huisarts of naar de spoedgevallendienst komen bij één van deze tekens, ook 's nachts, 's avonds of in het weekend:
- je kind is niet te wekken; hij of zij is abnormaal slaperig
- toenemende misselijkheid of meer dan 2 maal braken
- verwardheid of je kind kan zich geen nieuwe gebeurtenissen herinneren
- minder goed spreken dan normaal
- klachten van niet goed kunnen zien of niet meer kunnen horen
- (Stuip)trekkingen, flauwvallen
- je kind blijft aanhoudend huilen, is ontroostbaar
- verlies van bloed of vocht uit de oren of de neus
- hoofdpijn of nekpijn die steeds erger wordt of aanwezig blijft ondanks pijnstillers
- krachtverlies in arm of been
Wekadvies voor kinderen
Een wekadvies betekent dat je opvolgt of je kind nog alert is. De arts heeft je kind gecontroleerd en besloten dat het veilig is de verdere opvolging thuis verder te zetten. Het is dan ook onnodig om je kind erg regelmatig te gaan wekken. Voornamelijk als het ongeval in de late namiddag of avond plaatsvond, is het best dat je jouw kind een extra keer controleert voordat je zelf gaat slapen en nogmaals midden in de nacht.
Als je kind slaapt, moet je het toch wakker maken en wat laten drinken. Hieronder lees je het wekadvies voor een baby, een peuter - kleuter en voor oudere kinderen.
Baby
Als je jouw kindje iets te drinken geeft, let er dan op dat je kind reageert zoals je het gewend bent. Belangrijk is dat je kind zich niet verslikt. Als jouw kind een fopspeen heeft, kun je testen of het alert reageert als je de fopspeen wegneemt. Lukt het niet om je baby wakker te maken, wrijf dan krachtig over het voetje. Als je kind alert is, zal het dit onaangenaam vinden, wakker worden en meestal gaan huilen. Schudden om de baby wakker te krijgen, mag je absoluut niet doen, het kan ernstige gevolgen hebben.
Peuter of kleuter
Probeer je kind in zittende houding iets te laten drinken. Je kunt je kind ook iets vragen, bijvoorbeeld waar zijn knuffel of zijn tutje is. Als je moeite hebt om je kind te wekken, kun je in een nagel of in een oorlel knijpen. Als je kind alert is, zal het dit onaangenaam vinden, wakker worden en eventueel gaan huilen.
Oudere kinderen
Je kunt je kind eenvoudige vragen stellen, zoals “Hoe heet je?”, “Wie ben ik?”. Als je jouw kind niet wakker krijgt, kun je in een nagel of een oorlel knijpen. Als je kind alert is, zal het dit als onaangenaam ervaren en wakker worden.
Bij hoofdpijn mag je kind paracetamol krijgen, gedoseerd in verhouding tot zijn/haar gewicht. Je mag geen andere pijnstillers geven, tenzij na overleg met je arts.
Aanvullend advies
- Raad je kind aan om te rusten en stressvolle situaties te vermijden
- Beperk beeldschermen tot maximum 1 uur per dag in de eerste dagen
- Geef geen slaap- of kalmeermiddelen zonder voorschrift van een arts
- Laat je kind niet alleen thuis de eerste 48u na de val
- Laat je kind geen contactsporten beoefenen gedurende de eerste 3 weken
- Laat je kind pas terug naar school gaan als hij/zij zelf aangeeft dat dit terug mogelijk is (speelt, volledig klachtenvrij). Overleg hierover eventueel met je huisarts