Iedereen heeft het wel eens moeilijk. Meestal kan je er op eigen houtje bovenop komen, of met wat steun van familie of vrienden. Soms lukt dit echter niet, je kind wordt verdrietig, kwaad, voelt zich niet begrepen en wil er soms niet over praten of weet nog niet waar het gevoel vandaan komt,… maar het gevoel of gedrag gaat niet weg. Dan hebben jullie misschien wat extra hulp nodig van andere mensen.
Weet je niet meer hoe je best omgaat met het gedrag van je kind? En vraag je je af wat er aan de hand is?
Je kan bij ons terecht voor
- Een raadpleging
- Een traject
- Een opname in een leefgroep de Beren
- Een crisissituatie
- Zorgaanbod vanuit een opname binnen het algemeen ziekenhuis
Een raadpleging
We gaan steeds van start met een kennismakingsgesprek met een kinderpsychiater en een psycholoog. Tijdens dit gesprek staan we stil bij de moeilijkheden, maar ook bij wat nog goed loopt, en wat de sterktes en krachten zijn van jullie gezin. Er wordt ook gesproken over de hulp die al betrokken is.
Tot slot denken we samen na over wat jullie zelf al kunnen doen, en welke hulp het meest aangewezen is.
Een traject
Bij Tilia bieden we derdelijns hulpverlening aan voor kinderen en jongeren. Na een kennismakingsgesprek kun je samen met ons beslissen om een traject te starten. Dit traject is gericht op jouw specifieke hulpvraag en thema's die voor jou belangrijk zijn.
In plaats van opname, ga je actief aan de slag met jezelf. Dit kan bijvoorbeeld via:
- Groepstrajecten voor kinderen (zoals de groeigroep)
- Activiteiten voor jongeren (zoals Breinstorm of Rots en Water)
- Ondersteuning voor ouders (bijvoorbeeld ouderavonden over Nieuwe Autoriteit)
- Gezinstherapie (zoals psychomotorische gezinstherapie)
Elk traject is uniek en wordt afgestemd op jouw situatie en behoeften. Dankzij extra middelen van de overheid kunnen wij deze trajecten momenteel gratis aanbieden.
Neem gerust contact op met het onthaal voor meer informatie of om een kennismakingsgesprek in te plannen (zie aanmelden of afspraak maken). Samen kijken we naar de beste aanpak voor jou en je gezin.
Opname in leefgroep de Beren
In leefgroep ‘De Beren’ verblijven kinderen tussen 6 en 12 jaar oud die – net als alle kinderen en volwassenen – wel eens minder leuke gedachten en gevoelens (bv. verdriet, angst, boosheid) ervaren en elk hun eigen specifieke zorgen hebben. Samen zoeken we naar de beste manieren om iets te tonen van al die gedachten en gevoelens en hoe we ze kunnen begrijpen.
Gedurende negen weken gaan we samen op zoek naar de dingen waar je in het dagelijkse leven tegenaan loopt of het moeilijk mee hebt. Naast de moeilijkheden gaan we ook op zoek naar ieders kwaliteiten en talenten om hiermee aan de slag te gaan.
Het Berenvriendenboekje (2.1 MB) "pdf" helpt ons alvast op weg om je beter te leren kennen.
Werking:
In leefgroep ‘De Beren’ verblijven maximum 8 kinderen van lagere schoolleeftijd:
- 5 kinderen volgen een standaard traject van 9 weken
- Er is plaats voor 1 kind dat max. 2 weken kan opgenomen worden naar aanleiding van een crisissituatie (‘crisisbed’)
- Een aantal kinderen komen na een standaard opname nog een paar dagen per week in nazorg (‘stoelopname’)
De werking van de Beren is gebaseerd op verschillende invalshoeken (psychodynamisch, psychoanalytisch, systemisch, nieuwe autoriteit, traumasensitief, emotionele ontwikkeling,…) en is multidisciplinair samengesteld (kinder-en jeugdpsychiater, leefgroepbegeleiders, gezinspsychologen, speltherapeuten, muziektherapeut, psychomotorisch therapeut en creatief therapeut).
Wanneer er reeds langdurig en ernstige moeilijkheden bestaan bij het opgroeien van het kind, kan een opname opgestart worden. Een kind loopt op dat moment vaak vast in ontwikkelingstaken en de ontwikkeling staat onder druk. Doorgaans is reeds veel geprobeerd en is de draagkracht van het gezin (stilaan) overschreden, waardoor er druk komt op de onderlinge (gezins)relaties. Ambulante hulpverlening volstaat op dat moment niet meer. Tijdens een intakegesprek wordt de hulpvraag verkend en wordt gekeken of een opname bij de Beren aangewezen zou zijn. Samen worden de doelstellingen van de opname besproken en wordt gekeken naar het afstemmen van vraag en aanbod. Het stimuleren van een gezonde ontwikkeling van het kind en het werken aan verbondenheid met de primaire zorgfiguren zijn hierbij steeds twee kernpijlers. In een aantal voorafgaande gesprekken worden het kind en de ouders/zorgfiguren voorbereid op de opname.
Een verblijf op de afdeling biedt meestal rust bij een kind en zijn of haar context waardoor er ruimte kan komen in een vaak chronische stresstoestand. Deze ruimte is nodig, om van daaruit met alle partijen te kunnen nadenken. Via het denken, spreken en doen gaan we met ouders en met kinderen op zoek naar de betekenis van gedrag en van interacties. Op deze manier hopen we de ontwikkeling van het kind en de bestaande gezinspatronen terug in beweging te krijgen en de interacties tussen kind en zijn directe omgeving anders te kleuren. Een intensieve samenwerking met zowel ouders/zorgfiguren als met het bredere netwerk (belangrijke mensen uit eigen netwerk, school, CLB, ambulante hulpverlening,…) is hierbij essentieel. Een opname is immers steeds tijdelijk. Na 9 weken wordt de zorg terug overgedragen naar het eigen en professionele netwerk. Waar nodig kan dit worden aangevuld met een advies voor bijkomende hulpverlening en/of een nazorgtraject vanuit Tilia.
Een crisissituatie
Soms komen gevoelens zo overspoelend en raakt iedereen er zo van in de war dat er dringend een rustperiode nodig is. Daarvoor dient ons ‘crisisbed’. Kinderen kunnen maximaal twee weken naar onze afdeling komen, met of zonder overnachting, zodat iedereen terug wat rust vindt. We bekijken samen met ouders en betrokken hulpverleners welke stappen nog kunnen gezet worden om het terug fijner te maken voor iedereen.
Zorgaanbod vanuit een opname binnen het algemeen ziekenhuis
Soms ontwikkelen kinderen of jongeren lichamelijke klachten waarvoor de dokter, zelfs na grondig onderzoek, geen lichamelijke oorzaak vindt. Of er wordt wel een oorzaak gevonden, maar die kan niet het volledige klachtenpatroon verklaren. In dat geval wordt over psychosomatische klachten of SOLK gesproken (somatisch onverklaarde lichamelijke klachten). Deze klachten kunnen erg vervelend zijn: ze veroorzaken angsten of depressieve gevoelens, staan hobby’s in de weg, naar school gaan lukt minder goed, enz. Vaak worden gezinnen hierbij ook geconfronteerd met ongeloof vanuit de buitenwereld omdat er geen duidelijk aanwijsbare reden is. Hierdoor wordt er al snel foutief gedacht dat de jongere de klachten veinst of verbeeldt, dat hij of zij het ‘erom doet’, of er enkel aandacht mee wil verkrijgen.
Een consultatie bij een psycholoog kan dan zinvol zijn om samen te verbreden. Er wordt bekeken welke mogelijke betekenissen of functies verbonden zijn aan de lichamelijke klacht. Vaak drukt deze klacht immers iets uit van een psychisch lijden (o.a. zorgen of moeilijkheden op individueel vlak, in relatie met leeftijdsgenoten of gezinsleden, … ) Daarbij gaan we niet op zoek naar een rechtlijnige oorzaak maar naar een puzzel van factoren die op elkaar inwerken in verschillende richtingen. Daarnaast wordt er stilgestaan bij de gevolgen van de lichamelijke klachten en de coping met pijn, al dan niet ook ondersteund met diepgaande relaxatieoefeningen.
Ook voor kinderen en jongeren met somatische aandoeningen (waaronder diabetes) is psychologische ondersteuning van het kind of de jongere, de ouders of het ruimere gezin mogelijk. Zo willen we het psychosociaal welzijn verbeteren, helpen bij de verwerking van de diagnose of andere diabetes-gerelateerde problemen (bv depressieve of angstige gevoelens omtrent de aandoening of behandeling, sociaal-emotionele problematiek rond andere thema's die het diabetesmanagement in de weg staan, gezinsconflicten omtrent diabeteszorg, enz.).
Kinderen en jongeren die kampen met obesitas hebben vaak een problematische verhouding ten aanzien van hun eigen lichaam en ten aanzien van de ander. Ze kunnen zich onzeker voelen over hun lichaamsbeeld en kampen vaak met gevoelens van machteloosheid en verlies aan zelfvertrouwen. Daarenboven kan obesitas ook gepaard gaan met moeilijkheden in verhouding tot de ander: ze worden gepest, gediscrimineerd en/of vinden moeilijk aansluiting bij hun leeftijdsgenoten. Ook in deze gevallen kan psychologische ondersteuning een meerwaarde betekenen.
Er wordt samengewerkt met de kinderarts of huisarts en indien nodig met de kinderpsychiater verbonden aan ons team.